Ga naar www.soundfountain.com

BACK

De Club van Rome

 

ARNHEMSCHE COURANT

Lang geleden werd er al over gesproken. De Arnhemsche Courant (waaruit mijn vader altijd onverwacht een paar regels voorlas als hij van zijn werk thuisgekomen in zijn stoel bij de haard zat) meldde begin jaren vijftig: Wetenschappers menen dat de groei van de wereldbevolking, alsmede de technische ontwikkeling, kortom de globale ontwikkeling, zich zal voltrekken volgens de "Kromme van Gauss".

Mijn vader las vaak een bericht voor over opvallende gebeurtenissen en de actualiteit. Zo ook over het proces tegen Ethel en Julius Rosenberg die gespionneerd zouden hebben voor de Russen en de daarop volgende executie op de elektrische stoel die ons allen shokkeerde. 1953.

 

KROMME VAN GAUSS

Ook dus over de "Kromme van Gauss". De Kromme van Gauss is de bovenste helft van een sinus zou je kunnen zeggen, een halve sinus, maar heeft links en rechts aan de basis een flauwe bocht of ronding.

De ontwikkeling, de groei, wordt voorgesteld door de opwaartse lijn van de kromme die bovenaan naar rechts afbuigt, ook weer met een flauwe bocht, om daarna de daling van de lijn te volgen.

Je zou kunnen zeggen dat bij (a) de grote, oude beschavingen begonnen. Dat bij (b) de industriële revolutie begon. Het moment dat de ontwikkeling op het hoogtepunt is, wordt aangegeven door de top van de kromme. Omdat de lijn daar bijna vlak is zal de ontwikkeling zich over een bepaalde tijd eerst vertraagd voortzetten om daarna over te gaan in de neergaande lijn, de rechterhelft van de kromme.

In het begin is de neergang zeer geleidelijk, de flauwe kromme volgend. Daarna is de daling drastisch. De ontwikkeling in negatieve zin - dat is dan de afbraak - is dan niet meer te stoppen. La commedia è finita. De vraag is natuurlijk: Waar bevinden we ons nu. Bij (c), nog net even voor het hoogtepunt, of zijn we al voorbij (d) aangeland.

ZELFBEHOUD

De mens houdt zichzelf graag voor ogen dat hij zich nog steeds in het bovenste deel van de linkerhelft bevindt, weliswaar niet ver van de top. Dus wordt er beweerd dat er nog tijd genoeg is om eventueel maatregelen te nemen om de ontwikkeling af te remmen en de daarop volgende langzame ineenstorting, de afbraak te vermijden of in ieder geval een tijdje uit te stellen. Die gedachte oppert de mens louter en alleen uit zelfbehoud, eigenlijk tegen beter weten in. Als je niet geloofd in die gedachte, dan verliest het bestaan zijn glans (als het die al heeft). Het zou ondragelijk worden.

We kunnen feitelijk eerst achteraf de gang van zaken beoordelen, terugkijkend, in retrospect. En dat is nu juist het probleem.
De ontwikkeling die de wereld in de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw doormaakte was gigantisch, het was het snelle opklimmen langs de opwaartse lijn. Een illustratie hiervoor is een foto die ik als 14-jarige jongen in 1955 van Schiphol maakte. In plaats van lange, brede landingsbanen, een passagiersterminal en een complex systeem voor het afhandelen van vluchten, het binnenloodsen van vliegtuigen, het toewijzen van landindingsbanen en het regelen van wat al niet.

PRIMITIEF

Er was slechts een eenvoudige verkeerstoren. De vliegtuigen stonden naast elkaar op stelconplaten. Er was een soort balcon waar de familieleden en vrienden de vertrekkende familieleden en vrienden konden uitzwaaien. En dagjesmensen konden er hun meegebrachte boterham nuttigen. Dat was het oude Schiphol, oftewel Schiphol-Oost.
Nu meer dan 50 jaar later is Schiphol uitgegroeid tot een gigantisch complex. Maar nauwelijks vijftien jaar nadat ik die foto nam, begin jaren '70 dus, was de luchthaven al uitgegroeid tot een enorm, modern complex.


De foto's uit 1955 doen ons nog dringender de vraag stellen: Op welk punt van de kromme bevinden we ons op dit moment? Links van de top waar de vooruitgang langzamer wordt? Rechts van de top waar de vooruitgang een langzame, nauwelijks te onderkennen terugval laat zien? Is er nog tijd om effectief in te grijpen?

DOEMDENKEN

In 1972 kwam de in 1969 opgerichte Club van Rome met waarschuwende berekeningen. Ze waren samengevat in "Grenzen aan de Groei" (“The Limits to growth: a global challenge”), geschreven door Dennis Meadows. De boodschap: delfstoffen worden schaarser en, zo was berekend, zullen daardoor duurder worden. De voorraden zijn eindig. Productieprocessen zullen moeten veranderen. Ook het klimaat wordt er niet beter op. De vervuiling neemt toe. De voedselproductie zal onvoldoende zijn voor de steeds groeiende wereldbevolking.

 

OORZAAK

De fundamentele oorzaak waar slechts een enkeling over spreekt is dat de mens zich volgens een logaritmische reeks voortplant en zich tot enorme aantallen vermenigvuldigt. Het ziet er naar uit dat de voortplantingsdrift de mensheid uiteindelijk de das om zal kunnen doen. Hoewel diezelfde drift tot het voeren van oorlogen leidt, zijn die slechts kleine rimpelingen op de lijn van ontwikkeling. Ook natuurrampen zijn vooralsnog kleine oneffenheden wanneer je ze over een periode van duizenden of honderden jaren beziet. Echter in de intensiteit en de massaliteit van oorlogen en natuurrampen is eveneens een stijgende lijn waar te nemen. Veel lijkt onafwendbaar.

De toename van de wereldbevolking dwingt ons rigoreus, dus verkeerd om te gaan met natuur en milieu. Een uitvloeisel daarvan is de opwarming van de aarde, het broeikaseffect. Omdat voor een toenemende welvaart de theorieën van economen gebaseerd zijn op een toename van de bevolking, komt er geen nieuw denken tot stand.
Zeker, er is ook de cyclus die de aarde zonder onze inmenging doormaakt. Als de aarde dan opspeelt, dan wordt het effect vergroot door wat de mensheid teweegbrengt. We mogen een rampzalig effect slechts ten dele aan de cyclus van de aarde toeschrijven.

 

EVERYBODY HAPPY ?

De Club van Rome stelde in 1972 dat alle mensen op de wereld een huis zouden kunnen hebben, een eenvoudige wasmachine en een fiets (om het populair te zeggen), en dat een ieder voldoende voedsel zou hebben en een gelukkig leven zou kunnen leiden. Allemaal, en wel op het niveau van 1925, dus met de omstandigheden van voor de beurskrach (1929). De voorwaarde was dan wel dat we alles met elkaar zouden moeten delen. Een onmogelijke, ja onmenselijke voorwaarde, want de voortplantingsdrift bevoordeelt alleen de eigen groep, dult geen invloed van buitenaf, geen medezeggenschap van andere groepen en is gericht op de alleenheerschappij van de eigen clan of groep. Dat geldt voor ale culturen en alle volkeren en vooral voor religies.

De hardleersheid van de mens en de onwil en onkunde om te willen veranderen, wordt steeds weer geillustreerd door lieden die de ideeën aangaande de eindigheid bestrijden. Tegenstanders van de Club van Rome zeiden in 1972 dat de wereldbol genoeg voedsel kan produceren om 10 miljard bewoners te herbergen en te laten leven. Waarom zouden we dan matigen! Zeker is dat mogelijk, maar tegen welke prijs? Daar wordt niet over gesproken.

 

OLIECRISIS

Toen in 1973 de oliecrisis er was, sprak minister president Joop den Uyl in zijn televisietoespraak er over dat de oude tijden van overmatige consumptie - in ieder geval wat de olie betreft die de basis voor mobiliteit en ontelbare producten is - in de toekomst niet meer mogelijk zou zijn. Er kwamen de autovrije zondagen. De lichten gingen 's nachts uit in steden en op snelwegen. "Besparing" was het motto. Maar het duurde niet zo erg lang of de uithangborden, reklames en lantarens brandden weer volop, alsof er niets aan de hand was, alsof de waarschuwing nooit was gegeven. Wat dat betreft zijn we niet beter dan de papoea's die de volledige voorraad nieuwgeboren zwijntjes op een feest verorberen zoals de film Mondo Cane geschreven door Paolo Cavara en Gualtiero Jacopetti, uitgebracht 1962, laat zien.

 

WIM KAN

Het was de tijd dat Wim Kan in een Oudejaars-conference vertelde dat het mooi zou zijn als we zelf in onze energie zouden kunnen vooirzien, met andere woorden dat we geleerd hadden van het moedwillig dichtdraaien van de oliekraan door de Arabieren. Wim Kan vertelde dat er bij hem aangebeld werd. Hij deed open. Onderaan de steile trap stond de oliesjeik uit Koeweit met een kannetje olie in de hand en vroeg of er nog olie nodig was. Kan zei resoluut en met enig leedvermaak: Nee, we zijn al voorzien.

De oliecrisis zou ons moeten dwingen andere methodes te ontwikkelen en andere bronnen te ontginnen. Het was allang bekend dat met een zee aan spiegels, geplaatst in het woeste, dorre landschap van Midden Spanje, electriciteit opgewekt zou kunnen worden. Maar de olieconcerns wilden niet verder denken dan hun strategie van aandelen en kapitaal laang was. Het was allemaal wishful thinking van Wim Kan en van al die mensen die zich wilden inzetten voor verandering.

 

RECLAMECONGRES

De waarschuwingen van de Club van Rome waren aanleiding voor de reclamewereld om in het najaar van 1972 het Reclamecongres in het teken van het Rapport van de Club van Rome te houden.

Het congres vond plaats op 3 november 1972 in De Jaarbeurs in Utrecht. Daar kwamen de groten uit binnen- en buitenland praten over de positie van de reclamemakers, altijd in relatie tot de klanten en de producten uiteraard, maar nu in het perspectief van de "grenzen aan de groei" - om niet te zeggen "de eindige wereld". Wouter van Dieren van Milieudefensie hield een pragmatisch en zakelijk betoog. Ook W.L. Brugsma ("Boebie" zoals hij genoemd werd), hoofdredacteur van de Haagse Post, sprak de deelnemers toe in zijn weloverwogen, erudiete stijl.

Een paar maanden eerder, in april, was ik samen met journaliste Phia Baruch een klein reclamebureau gestart. Zij had het idee om dat bureau Educatieve Publiciteit te noemen. Uitgangspunt was een nieuwe benadering van het reclamemaken, een nieuwe manier van benaderen van de consument, en de belangrijkheid van voorlichting. Er speelde in die tijd namelijk ook de nieuwe zienswijze van de "éducation permanente". En dat zou - zo zei Phia - een nieuwe manier van communicatie en van reclamemaken in kunnen houden.

ADFORMATIE

In 1972 verschenen berichten, korte interviews en artikelen in Het Parool en Tussen de Rails en nog een stel bladen. In het tweewekelijkse vaktijdschrift Adformatie verscheen een kort interview met foto waarin Phia Baruch en ik de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de reclamemaker op de voorgrond stelden en beweerden dat we zoal geen reclame zouden maken voor olie (benzine) en cigaretten, om een paar voor de hand liggende producten te noemen, maar ons meer op duurzaamheid zouden oriënteren.

Dat was ons enthousiaste, idealistische begin. Door verschillen in opvattingen hebben we na enige maanden de samenwerking beeindigd. Phia Baruch ging zich weer helemaal op de journalistiek toeleggen en schreef voor vakbladen. Ik zette het kleine bureau voort met een aantal free lancers: ontwerpers, fotografen, illustratoren en werktekenaars.

MARTIN VAN AMERONGEN

Een half jaar later kwam Martin van Amerongen langs om over ideeën en zienswijzen te praten. Hij deed research voor een boek dat hij ging schrijven.

In 1975 verscheen van zijn hand "Het gekwelde leven van die snelgeklede, rapgekapte, fraaibesnorde, goedgebekte sherrydrinkers - of: De reclameman tussen kassa, kunst en koning klant".

Hij schreef het voor reclamebureau FHV (Franzen, Hey & Veltman), een concurrent van Intermarco de la Mar (Publicis), van Moussault, van BBD&O en zovele groten uit die jaren. Ik ben nooit nagegaan of er iets van wat ik vond in het boek terecht is gekomen. Ik denk van niet.

 

REFERENTIES

Martin van Amerongen was een felle, rappe man die oog voor detail had en de onverbiddelijke samenhangen zag en aantoonde. Opmerkelijk was dat Van Amerongen niet erg modern, eerder van de oude stempel leek te zijn. Zo zag ik dat toen tenminste. Toen hij me namelijk een vraag stelde en ik mijn mening duidelijk gaf en mijn standpunt toelichtte, reageerde hij aanvankelijk enthousiast. Toen hij me vroeg: "Wie zegt dat?", kon ik niet anders dan hem zeggen dat het mijn persoonlijke mening was. Hij keek met een enigszins verwarde blik. Zijn enthousiasme slonk. Kennelijk had ik moeten antwoorden: "Professor Thompson uit Chicago" of een andere fictieve, door mij bedachte grootheid, want hoe kon een jonge vent van even 30 zoiets vinden, laat staan bedacht hebben. Ja, Thompson of Johnson, dan was het belangrijk geweest. Wat dat gesprek aangeeft is dat je je beter kunt verschuilen achter een belangrijk iemand (of die nu bestaat of niet) om je idee geaccepteerd te krijgen. Want alleen een gewichtige referentie maakt indruk, dan wordt je eerder geloofd en serieus genomen.

 

SAMEN DELEN

Het feit dat de mens in zijn vroegste jeugd programmeerbaar is. Gewoontes en gebruiken, eenzijdige politieke standpunten en beperkte religieuze zienswijzen, ze worden later allemaal te vuur en te zwaard verdedigd.

Het is echter noodzakelijk dat een totaal nieuwe kijk op het aardse bestaan wordt gegeven en dat er een nieuw tijdperk ingeluid wordt dat breekt met de antieke benadering die voortgekomen is uit de "industriële revolutie", voortgekomen uit verschillende godsdienstige culturen en uit verouderde ethische ideeën. Die vormen kennelijk nog steeds de basis van de huidige samenleving.

Die zienswijzen moeten op de helling omdat ze de vooruitgang voor een deel blokkeren. Vooruitgang komt er pas als we anders leren denken, wanneer we archaische denkbeelden ontzenuwen. Als we niet uit vrije wil willen "umdenken", dan zullen we door grote natuurrampen en massale oorlogen tot de orde geroepen worden. Vooruitgang is delen met de derde wereld en er voor zorgen dat daar de vernieuwing zo snel mogelijk plaats kan vinden. Want alleen welvaart leidt tot beperking van het nageslacht, van de wereldbevolking. Maar dat kan alleen als het Westen dat wil. Maar niet alleen het Westen. Ook die oude culturen moeten willen vernieuwen.

I AM AFRAID OF THE FUTURE...

Een vriend van me zegt nogal pessimistisch, maar volgens hem realistisch, dat in 2050 de wereld aan zijn eind komt. Dat is ook het moment dat Europa overwegend een nieuwe ideologie aanhangt. Dat zegt hij.
Ik zat eens in een Amsterdamse tram en las de woorden die een jonge grafiti-kunstenaar met een spuitbus op de grijze tramwand had gespoten. Het was een hartekreet, een kreet van vertwijfeling.

Er stond: "I am afraid of the future! Maybe the future will go away..." De toekomst gaat niet weg. We moeten hem met man en macht beinvloeden. Als we dat zouden willen. Als we dat zouden kunnen. Maar alles wijst er op dat we het niet werkelijk willen.

Rudolf A. Bruil. Pagina voor het eerst gepubliceerd op 24 augustus 2010.

BACK TO MAINPAGE

Copyright 2004-2010 Rudolf A. Bruil

REAGEER

Ga naar www.soundfountain.com