Harry
had rossig haar en sproeten. We zaten in dezelfde klas, de 6e
klas van de lagere school 'Het Tamboersbosje', Brantsenstraat,
Arnhem. Dat was de klas van het hoofd van de school, Marius
Kolvoort, die altijd, zeer natuurgetrouw vogels tekende.
Ik zou me Harry wellicht nu niet meer herinnerd hebben als hij
niet de eigenaar was geweest van een oude grammofoon voor 78
toeren schellak platen. Het was een koffergrammofoon met de
bekende zilverkleurige, verchroomde buisarm en de stalen naald
die het mica membraan in resonantie bracht. Aan de achterzijde
kwam het geluid enigszins versterkt voor het schuin openstaande
deksel naar buiten. Het was een portable van het type 101 van
His Master's Voice.
De motor had een snelheidsregelaar en een rem.
Het
was in de tijd dat de langspeelplaat al wel geintroduceerd was,
maar van de meeste klassieke werken en in ieder geval van alle
populaire nummers werden 78-toerenplaten geperst.
Harry vroeg Fl. 2,50 voor die machinerie en dat wenste ik er
wel voor te betalen. Dat betekende een extra auto wassen op
een zaterdagmiddag of gedurende enkele weken een deel van mijn
zakgeld sparen. Even scheelde het een haartje of de koop was
niet doorgegaan. Toen ik op een vrije woensdagmiddag mee naar
zijn huis ging om het apparaat te bekijken en nogmaals te bevestigen
dat ik tot aankoop bereid was, strooide Harry's moeder
His
Master's Voice Gramophone HMV 101
roet
in het eten. Ze zei op klare toon tegen Harry: 'Je moet de grammofoon
niet verkopen'. Geschrokken van deze krachtige interventie zei
ik tegen Harry dat hij dan niet de Fl. 2,50 zou krijgen. Die taktiek
hielp. Harry was namelijk veel meer in het geld geinteresseerd
dan in zo'n oud apparaat. Hij wilde iets kopen in de speelgoedwinkel
van Van der Hart in het centrum van Arnhem waar ik woonde. U kunt
zich mijn vreugde voorstellen toen ik de grammofoon mee naar huis
kon nemen.
Zoals
je bij het doorbladeren van een nieuw boek onwillekeurig de
geur van verse drukinkt opsnuift, zo was het onvermijdelijk
de geur van vettig vuil en stof, en de olie waar te nemen waarmee
de tandwielen, het vliegwielmechaniek, de veer, de as en het
lager van het plateau lang geleden gesmeerd waren. Harry gaf
me er de platen bij die hij bezat, met bigband-muziek en van
de zangeres Connie Boswell die met Harry Sosnik "Oh! You
crazy moon" op Decca 2613 zong.
's Avonds voor het slapengaan draaide ik altijd wel een plaatje.
Ik herinner me nog luid en duidelijk de krachtige weergave.
De muziek was direkt in de matrijzen gesneden. Ondanks het beperkte
frekwentiebereik hadden koperblazers en slagwerk een goede attaque
en klonken daardoor zeer natuurlijk. Het was goed te horen dat
de bandrecorder nog niet in gebruik was. Hoewel
Sheffield Lab in 1974 formeel gelijk had toen ze zeiden de direkt
gesneden Lp te hebben uitgevonden, moest ik om deze bewering
toch enigszins glimlachen.
Het pianospel van Alexander Brailowsky, die de Barcarolle
van Chopin speelde op een 30 cm Polydor-schijf (PD 35014),
vertoonde een ronde en tegelijk stevige, plastische en direkte
klank. En Mazeppa van Franz Liszt gedirigeerd door Oskar
Fried (PD 66787/8) had een aangrijpende dreiging. Daarbij
vergeleken klonken langspeelplaten maar saai en vielen ze in
het begin zo tegen.
Mijn opdraaigrammofoon was als een boek waaraan steeds meer
hoofdstukken en bladzijden werden toegevoegd. Op de Korenmarkt
in Arnhem was namelijk een uitdragerij gevestigd die "Van
A-Z" heette en daar stonden de afgedankte schijven op mij
te wachten.
Vooruitgang
Nu
had ik een oom die radiotechnicus (NRG) en instrumentmaker was.
Hij 'moderniseerde' de grammofoon -zoals ik later begreep op
instigatie van mijn vader- door er een elektromotor aan toe
te voegen. Daarvoor moest in het inwendige van het oude ding
gezaagd worden. Het was een oude grammofoon die weliswaar goed
funktioneerde maar er niet meer zo mooi
uitzag. Toch zou je zoiets vandaag de dag niet meer doen. Hij
gaf me ook een Philips lichtgewicht pick-up arm en een zwaar
kristal-element dat donkerbruin van kleur was, hoekig en langwerpig
van vorm. Het had een dikke saffiernaald met een niet te verwaarlozen
tipmassa. Dat werkte goed met de luidspreker die ik uit een
plankradio gesloopt had en in een basreflexkast van hardboard
had gemonteerd. Het streven naar vooruitgang steekt in ieder
mens. Zo begon het.
Musis
Sacrum
Op
een dag zei mijn moeder dat er jongens gevraagd werden om mee
te zingen in de Matthäus Passion.
Ik moest me aanmelden op een adres op de Velperweg. Daar zat
in een klein voorkamertje achter een piano een dame met ouderwets
haar die zo te zien haar hele leven volkomen 'in dienst van
de toonkunst' had gesteld. Ze leek op een vrouw die we vele
jaren later op de televisie in Russische kunstdokumentaires
of als trainster van schaatskampioenen zagen.
De auditie was kort. Ik moest een paar lage noten zingen en
een paar zeer hoge -om te horen of mijn stemomvang toereikend
was- en nog een paar tonen er tussen in. Die trof ik zeker.
Ik was aangenomen om met een groep leeftijdsgenoten van rond
de 12 jaar 'O, Mensch bewein dein Sünde gross' te
zingen; voor slechts één seizoen, toen was het
gedaan met de vereiste stemomvang en werd mijn stemgeluid craquelé.
Vlak achter het orkest was voor ons een grenen stellage getimmerd.
Er waren 3 uitvoeringen. De derde was 'de kleine bezetting'
die authentieker was.
Arnhem
was niet alleen de stad waar het Gelders Orkest (voorheen de
Arnhemsche Orkest-Vereniging) haar zetel in Musis Sacrum had
en waar Hans
Brandts Buys een bijna even beroemde Matthäus Passion
uitvoerde als Dr. Anton van der Horst in Naarden. Musis Sacrum
- 'Musis' voor de Arnhemmers - is 'Aan de Muze Gewijd'. Het
is een kleine uitgave van het Amsterdamse Concertgebouw en vertoont
enige gelijkenis met 'De Kleine Zaal' in Amsterdam.
Het
Gelders Orkest toen het nog 'Arnhemsche Orkestvereniging' (Arnhemse
Orkestvereniging) heette.
Voor het orkest staat dirigent Jaap Spaanderman. In 1949 werd
de naam gewijzigd in
Het Gelders Orkest (HGO) en werd Jaap Spaanderman opgevolgd door
Jan Out.
De foto van het orkest is van voor de Tweede Wereldoorlog en is
afkomstig uit de 'Encyclopedie voor Radio-Luisteraars',
samengesteld door J.J.L van Zuylen (Uitgeverij Schuyt N.V., Baarn,
1939).
De foto laat het oorspronkelijke podium zien dat midden jaren
90 werd omgebouwd.
Handtekeningen
spreken:
Het
grote romantische gebaar van Stefan Askenase.
De
beheerste stem van Anton Dermota.
Nan
Merriman heeft een lange adem.
Marie-Thérèse
Fourneau speelt klavier. Haar handtekening is als een
toetsenbord. Haar Debussy is transparant.
Carl
Caraguly is een dirigent met temperament.
Het
spel van Cor de Groot is een afwisseling van gevoelige
fijnheid en grote momenten.
Theo
Bruins is modern en veeleisend.
Het Gelders Orkest bespeelde ook Concertgebouw 'De Vereniging'
in Nijmegen. Leo Pappenheim dirigeerde er vaak. De altzangeres
Aafje Heynis kwam daar de "Rapsodie voor alt, mannenkoor
en orkest" van Johannes Brahms zingen, en de "Kindertotenlieder"
van Gustav Mahler, met het orkest onder leiding van Leo Pappenheim
die tot 1961 voor het orkest stond. Jack van de Zand dirigeerde
het Nijmeegs Mannenkoor.
Dit concert vond plaats op 11 december 1959.
Tomorrow's
World
In
Musis Sacrum werden ook auto-tentoonstellingen georganiseerd waar
die heerlijk-monstrueuze en veelkleurige Buicks, Chevrolets, Cadillacs,
Oldsmobiles en Pontiacs van General Motors, de Fords, de Jaguars,
en Austin A40 te kijk stonden. Het was een sensatie toen de panoramische
voorruit geïntroduceerd werd. De mensen van GM gaven boven
in de foyer een technische show, een soort 'Tomorrow's World',
waar ze het principe van de magnetron en de overdracht van het
muzieksignaal via infraroodstralen demonstreerden (1956!). Zaken
die nu heel gewoon zijn.
Advertentie van Ford Nederland uit 1956,
overgenomen uit het programmaboek van de Blevin Davis produktie
van Gershwin's
opera Porgy and Bess, opgevoerd in Carré in Amsterdam
door Martha Flowers, Ethel Ayers (Bess), en LeVern
Hutcherson, Leslie Scott
en Irving Barnes (Porgy).
Pianisten,
Violisten, Dirigenten
In
'Musis' traden de kunstenaars van dat tijdperk op. Pianisten:
Marie-Thérèse Fourneau, Clara Haskil, Cor de Groot,
Theo Bruins, Hans Henkemans, Bela Siki, Jan Smeterlin
en Stefan Askenase. Zangeressen: Nan Merriman en Wilhelmina
Matthès. Nan Merriman zong samen met Anton
Dermota in 'Das Lied von der Erde' van Gustav Mahler, gedirigeerrd
door Carl Garaguly, die na de onvrede met dirigent Jan
Out, vaste dirigent werd. De mooie Marie-Thérèse
Fourneau speelde Debussy. Cor de Groot soleerde uiteraard
in Beethoven's Pianoconcert No. 5, het Keizerconcert. Ook de
jonge violiste Johanna Martzy trad er op. Zij speelde
het Vioolconcert van Johannes Brahms.
De
foto van Stefan Askenase is uit de 'Radio Encyclopedie'.
Johanna Martzy staat op de cover van de Columbia Lp 33
CX 1106. Musis Sacrum met restaurant "De Rotonde".
De foto van Cor de Groot is uit een Philips advertentie
in "Luister..." uit 1955. Merle Oberon en Cornel
Wilde staan op de cover van Deutsche Grammophon LPE 17031.
De foto van de Philips 2-snelheden grammofoon HX301A is
afkomstig uit het jubileumboek "PHILIPS HONDERD",
Eindhoven, mei 1991.
Jan
Out toen hij nog 2e dirigent was van het Residentie Orkest.
Clara
Haskil
speelt Scarlatti.
Clara
Haskil bespeelde, diep voorovergebogen, getekend door ziekte,
het toetsenbord. Doorleefde en gestyleerde muziek was het resultaat.
Scarlatti, Schubert en Schumann. Stefan Askenase -integer vertolker van Chopin's muziek-
nam altijd met een diepe buiging het applaus in ontvangst waarbij
zijn lang-sluike, grijs-witte haar voor zijn ogen hing; wat hij
dan met een even grote opwaartse zwaai en een handbeweging weer
in de uitgangspositie bracht.
Arnhem:
cultuurstad. In de Schouwburg speelde de moderne generatie: Rob
de Vries en Elise Hoomans (Toneelgroep Theater), de
jonge en sympathieke Ellen Vogel in Vondel's 'Josef in
Dothan', en de expressieve Hans Culeman in 'God en de Duivel'.
Martine Crefcoeur als Anne Frank en Rob de Vries
als Otto Frank. We zagen de klassieker 'Op Hoop van Zegen' met
Beppie Nooij Sr. als Kniertje. Er was Wim Kan die
als brandweerman zijn programma opende. Daar deed ook Toon
Hermans zijn eerste One Man Shows.
Ulo
Parkstraat
Voordat
ik naar het Thorbecke Lyceum ging, volgde ik de eerste en de tweede
klas van de "School met den Bijbel" voor ULO, Parkstraat
61. Het was geen Mulo hoewel het onderwijs toch redelijk uitgebreid
was. Daar werd les gegeven door onder meer Nel Bensschop
die Frans gaf. Tante Nel noemden we haar. Toen ze eens op vakantie
naar Frankrijk reisde, maakte ze speciaal voor mij een foto van
het graf van Frederic Chopin op de grote begraafplaats
Père Lachaise waar veel groten uit de geschiedenis begraven
liggen. Dat had te maken met het feit dat ik in het Luxor Theater
in 1953 de al eerder, in 1945 uitgebrachte film
'A
Song To Remember' met Merle Oberon en Cornel Wilde had
gezien. Als 12 jarige was ik zeer onder de indruk, vooral van
het kordate optreden van Chopin die niet voor de Russische onderdrukker
wenst te spelen, en van de muziek natuurlijk. Vanuit het oogpunt
van de historicus deugt de film natuurlijk niet. Who cares...
De filmclip van Chopin's optreden was lange tijd te zien op YouTube,
maar is vanwege auteursrechtelijke redenen verwijderd. De film
is kitsch, maar zeer hoge filmkunst: cameravoering, beeldritme,
montage. Perfecte storytelling. Thuis hadden we een boek over
het leven van Chopin. Tante Nel vertaalde de laatste wens van
de Poolse componist: "Comme cette
terre m'étouffera, je vous conjure de faire ouvrir mon
corps pour que je ne suis pas enterré vif".
- "Daar deze aarde mij zal doen verstikken, smeek ik u mijn
lichaam te openen opdat ik niet levend begraven worde." Dramatisch!
Deze wens gaf tevens aan dat medici wel eens fouten maakten en
dat zeker in die tijd wel eens een foute diagnose werd gemaakt.
Op de Ulo kregen we Duits van de heer Duppen, en in het jaar daarop
van de heer Lubbers die veel later leraar op de kweekschool 'Op
den Klokkenberg' in Nijmegen werd. De direkteur van de Ulo was
de heer Uittenbogaard. Henri Lamers, een vriend van me, en ik
maakten op maandagmiddag vaak zijn motor schoon en smeerden op
zijn verzoek de velgen in met een mengsel van vaseline en wasbenzine.
Dat gebeurde dan tijdens de huiswerkcursus. We zeiden dan dat
we het huiswerk al af hadden; wat niet altijd waar was.
In 1955 gingen we met de klas een dag naar Rotterdam, naar de
E 55 tentoonstelling.
Naar
de bioscoop
Arnhem
had nog andere bioscopen. Palace bijvoorbeeld. Dat theater werd
omgebouwd zodat "The Robe" gedraaid kon worden, de eerste
Cinemascope-film. Er was het Rembrandt-theater waar voor de pauze
een variété-act werd opgevoerd en het Rembrandt
Theater-Orkest speelde. En er was het kleine Arnhems Theater.
Daar zat je voor 35 cent naar cowboy-films (Westerns, dus) te
kijken. Een plaats in de loge kostte 85 cent. De films werden
geprojecteerd op een wit gekalkte, gestucte muur. Bij het minste
geringste vrouwelijk schoon dat in het Polygoonjournaal in een
modeshow voorbijkwam, of in een andere voorfilm, werd er door
de voorste rijen luidkeels commentaar gegeven en gefloten. En
in de pauze verdween die voorste rij door de deur ondewr in de
witte muur. Daar was het toilet.
Grammofoonplatenzaken
Er
was ook een aantal winkels dat in mijn educatie een rol ging spelen.
Onderweg op de fiets naar school kwam ik langs 'Radio te Kaat',
Jansbuitensingel 2 (bij het Willemsplein), op de hoek als je naar
de Zypse poort gaat, vervolgens langs 'The Music Shop' in de Steenstraat,
en tenslotte Bender, ook in de Steenstraat. Dat was toen ik op
de Mulo in de Parkstraat zat waar ik de eerste twee klassen heb
doorlopen voordat ik naar het Thorbecke
Lyceum
aan het Willemsplein ging.
De
dochter van de eigenares van The Music Shop was knap. Ze zag eruit
zoals een fotomodel er in de jaren vijftig uitzag, met te veel
make-up. Daar kocht ik nog 78-toeren schijven van de populaire
Glenn Miller. Grammofoonplatenzaken hadden hun logo's gedrukt
op een papieren sticker of op fel gekleurde plastic plakband.
De grammofoonplatenafdeling van Radio te Kaat was in de kelder
van hun winkel gevestigd. Ook daar kwam ik vaak. Die hadden ook
veel jazz, Ella Fitzgerald bijvoorbeeld in de prachtige hoezen
van Bernard Buffet. En als vervolg op Glenn Miller kocht ik veel
later Duke Ellington bijvoorbeeld: Ellington Uptown, met A Tone
Parallel To Harlem, en Billy Strayhorn's Take the A-train, gezongen
door Betty Roché (Philips B07008L). En er was nog Kettner
& Duwaer, de pianohandel annex grammofoonplatenafdeling, die
in later jaren met Bender fuseerde.
Van
Daalen Bros
Onze
buurman was Peter Raadsen en hij werkte bij Van Daalen Bros, gevestigd
aan het einde van de Looierstraat en de winkel had ook een ingang
aan de kant van het Velperplein. Hij en zijn vrouw Betty waren
fervente
muziekliefhebbers. Hij zorgde ervoor dat ik een tweede hands platenspeler
van Philips kon kopen met instelbare automatische afslag en snaaraandrijving
(met 2 snelheden -33 1/3 en 78- en niet met 4 snelheden zoals
in het boek 'Philips 100' ten onrechte staat vermeld). Dat was
een van de eerste Philips grammofoons waar langspeelplaten mee
gedraaid konden worden en stamt uit de tijd dat 45 toeren plaatjes
in Nederland nog niet bestonden.
Philips
die, raar genoeg, altijd iets ontwerpt om de overgang van het
ene formaat naar het andere voor de consument te vergemakkelijken,
bracht kleine, 7 inch, 78 toerenplaatjes uit. Ze waren van vinyl
geperst en waren met de zeer fijne 'Minigroove' gesneden.
De buurman leende aan mijn vader de Philips-uitgave van de complete
opera Porgy
and Bess. Er was een personeelsdag georganiseerd om
de opera te gaan zien en horen in Carrée in Amsterdam. Dus moest
van tevoren kennisgemaakt worden met het werk. Ik als vijftienjarige
mocht jammergenoeg niet mee.
Het
enige 78-toerenplaatje dat ik had was dat van Cor de Groot die
Albeniz speelde. Pas later ontdekte ik dat Philips een hele
lijst van die plaatjes heeft gemaakt: Malando and his Rumba/Tango
Orchestra, en Jan Corduwener and his Ballroom Orchestra. Van
de klassieken: onder meer Feike Asma (Cantilene van Rheinberger),
Paul van Kempen met het 'Radio Philharmonic Orchestra' (Ouverture
Oberon van Von Weber), Fritz Lehman met de 'Berliner Philharmoniker'
(Valse triste van Sibelius) en van Cor de Groot die korte stukken
van Mendelssohn-Bartholdy speelde. Dat waren opnamen die een
tijd lang ook op 30 cm schellak platen uitgebracht werden.
De arm van die tweedehands 2-snelheden speler kwam me bekend
voor. Een soortgelijk exemplaar had mijn oom eerder op de gemodificeerde
opdraaigrammofoon gemonteerd. Weer wat later kon ik een exemplaar
van een Philips met 3 snelheden aanschaffen (de voorloper van
de AG2140). Het toonkopje was met twee bordeauxrode, ovale vlakjes
versierd. Vlak naast elkaar waren 2 saffieren aangebracht. Het
kopje kon gemakkelijk omgezet worden voor 78 toeren en voor
langspeel (Minigroove). Inwendig was het elementje gedempt met
een vettige substantie. Waarschijnlijk mede daardoor was de
klank beheerst en warm met een tendens naar donker. Daardoor
werd de dynamiek versterkt die toen eigenlijk nog onvoldoende
uit de lp te halen was.
Buizenversterker
Nadat
ik eerst een ontvanger had gebouwd bestaande uit een spoel (draad
gewonden om een kartonnen koker), een scheermesje, een veiligheidsspeld
en een potloodstift, waarmee je 's nachts Radio Warsaw met als
vaste prik Chopin's Scherzo No. 3 kon horen, en de prachtige strijkersmuziek
opving van Arabische orkesten die op het Baalbek Festival speelden,
bouwde ik zelf een buizenversterker aan de hand van een schema
van De Muiderkring (Amroh) met een ECC83 en een EL84, inklusief
smoorspoel en oranje gekleurde trafo's. Later
kreeg ik een buizenversterker met externe voeding en grote pijlknoppen
die mijn oom gebouwd had. Hij bouwde in die jaren bandrecorders
waarvan de koppen door hem zelf gefabriceerd werden. Toen ik eens
bij mijn oom en tante ging logeren had m'n oom een draaitafel
gebouwd van een door hem zelf gedraaid plateau met Ortofon-arm
en element. Het plateau werd via een katoenen draad aangedreven.
In zijn werkruimte stond een wit grenen basreflex-kast met een
dubbelkonus-luidspreker en een rechthoekige poort, zoals basreflexbehuizingen
toen gebouwd werden. Hij draaide een 45-toeren plaatje van Telefunken
en dat heette 'In der Bar nebenan'. Ik stond versteld van het
realisme waarmee de ritme-sektie werd weergegeven.
Als
scholier maakte ik ook bij Van Daalen Bros in 1956 al speciale
demonstraties mee. Onder andere van de grote Philips-systemen
met de 9710 M en twee satellieten voor het hoog.
De bron was de automatische platenspeler AG 1003 (rechts onderaan
in de advertentie) met een soortgelijke arm als op mijn eenvoudige
draaitafel, maar met een verbeterd element.
De
buizenversterker had een toonregeling die gevisualiseerd werd
door middel van draadjes. Ik herinner me nog de donkerkleurige
uitvoering van Tsjaikovski's 2e pianoconcert door Shura Cherkassky
op een warm-getimbreerde DGG-opname en meteen ging ik met de
heren in de clinch. Het klonk naar mijn mening niet transparant
genoeg. Ik had per slot van rekening pianoles (wat overigens
geen succes was; ik improviseerde liever), bezocht zo jong als
ik was concerten in Musis, had meegezongen in de Matthäus
Passion en had de installatie van mijn oom gehoord.
Dat was in een tijd dat je voor het pianoconcert van Grieg op
een 25 cm Lp van DGG wel even Fl. 25 moest neertellen. Adrian
Aeschbacher, de solist, speelde een prachtige cadens. Verder
dan de 25cm-kategorie van DGG, waarin ook Wilhelm Kempff het
4e van Beethoven speelde, kwam ik aanvankelijk niet. Zulke bedragen
waren door mij slechts zelden op te brengen. Er waren nog andere
dingen in het leven dan alleen maar muziek en apparatuur.
Kettner & Duwaer
Gelukkig
waren er alternatieven, zoals de Muzikale Meesterwerken Serie
(Musical Masterpieces Society) die elke maand een paar Lp's
ter beluistering naar je toe zond. Dankzij deze verkoopmethode
heb ik zeer veel muziekwerken leren kennen en artiesten zoals
de pianiste Sondra Bianca. Zij speelde Liszt's Hongaarse Fantasie
en Carl Bamberger dirigeerde Les Preludes. Ze speelde ook songs
en de Preludes van Gershwin. Violist Ricardo Odnoposof met Tschaikovsky's
Vioolcponcert was er op uitgebracht, en dirigent Walther Goehr
met de aangrijpende Vierde Symfonie van Tschaikovsky, om een
paar voorbeelden te noemen. Het prettige was dat je niet verplicht
was elke maand een plaat af te nemen.
Mijn
lievelingswinkel was Kettner & Duwaer aan het Nieuwe Plein.
Waarom? Het was de oude dame met ernstig gemontuurde bril nooit
te veel moeite om aan mijn verzoeken te voldoen. Of het nu het
3e pianoconcert van Rachmaninoff met Vladimir Horowitz was op
HMV, of hetzelfde concert door Witold Malcuzynski op Columbia,
of Ansermet met Mussorgsky's Schilderijententoonstelling op
Decca, elke plaat zette ze voor mij op, maar eerst nadat ze
'm zorgvuldig gepoetst had met een grote, gele of rode, antistatische
platendoek die ze dubbelgevouwen had.
Ook
dat waren te dure exemplaren voor een autowassende jongen. Dus
daar kwam ik alleen maar naar luisteren.
Ik herinner me dat de heer Cor Molenbeek -die daar werkte voor
hij jaren later hoofdredakteur van "Luister" werd-
me eens heeft geholpen bij het samenstellen van het materiaal
voor een spreekbeurt over 'Het Expressionisme in de Muziek'
waarin ik op een associatieve manier, aan de hand van muziekvoorbeelden
een overzicht gaf van de Middeleeuwen tot en met Schönberg
en Webern. Hij had me de platen in bruikleen meegegeven. De
spreekbeurt werd een succes.
Kettner & Duwaer voerde rond 1957/58 de goedkope serie van
Decca: Ace of Clubs. Het waren heruitgaven van prominente opnamen
uit de eerste LXT-serie. Met Ernest Ansermet (Ravel: La Valse;
Moussorgski: Schilderijententoonstelling), Eduard van Beinum
(Britten: The Young Person's Guide to the Orchestra) en Nikolai
Malko (Prokofiev: Peter en de Wolf met de stem van Frank Phillips),
Alfredo Campoli en Anatole Fistoulari (Saint Saëns: 'Havanaise'
en 'Introduction et Rondo Capricioso') en met Royalton Kisch
(Bruch: vioolconcert), Hans Schmidt-Isserstedt (Tsjaikovski:
5e Symfonie).
Er was nog een betaalbaar label waarvan Kettner & Duwaer
een aantal opnamen in voorraad had en waar ik lang voor de ACL-serie
mee kennis maakte. Dat label vond ik wel zeer bijzonder. De
naam was Remington. En met Remington
Records verzeilde ik, net als bij het zien van spannende
B-films, in een obscuur avontuur.
R.A.B.-
1995
De
foto van Het Gelders Orkest is afkomstig uit de 'Encyclopedie
voor Radio-Luisteraars', samengesteld door J.J.L van Zuylen
(Uitgeverij Schuyt N.V., Baarn, 1939). De foto laat het oorspronkelijke
podium zien dat in de jaren 90 plaats maakte voor een eigentijds
podium in een moderne toneeltoren. Voor het orkest staat dirigent
Jaap Spaanderman en niet Jan Out die hem opvolgde.
De foto van de Philips twee-snelheden platenspeler is overgenomen
uit het jubileumboek 'Philips 100' maar zal binnenkort vervangen
worden door een eigen foto van die platenspeler die in mijn
bezit is. De advertentie van Philips is uit 'Funkschau', 1956,
Heft 23. De meeste afbeeldingen zijn van foto's, hoezen en tijdschriften
zijn uit eigen verzameling, behalve het logo van The Music Shop,
Steenstraat 21, dat me door Danny Rouwenhorst werd toegestuurd.
I
grew up in the city of Arnhem known from the fierce fighting
in World War II depicted in the movie 'A Bridge too Far'. Arnhem
is the capital of the Dutch province of Guelders.
When
in the sixth grade I bought an old portable wind up gramophone
from a classmate for just DFL 2.50, which was a substantial
sum at the time. With this HMV 101 came the records he had.
One with a lady singer crooning 'Oh you crazy moon'. Well, this
gramophone was very dear to me. I used to play a record or two
before going to sleep at night.
As
the sound was rather 'thin' and shrill, my uncle (who was a
radio technician) modified the old gramophone by building in
an electrical motor and he mounted a light weight tonearm in
place of the heavy, chrome tubular arm. The gramophone was only
suitable for 78 RPM shellac records of course. The rectangular
cartridge was filled with a greasy substance to dampen resonances.
It had a very thick sapphire which had an extremely high tip
mass. The cartridge was connected to an old valve radio. The
sound was dynamic and tangible when listening to Alexander Brailowsky
playing Chopin's Barcarolle Op. 61 on Polydor 35014. And the
brass section of the Berlin Philharmonic Orchestra in the compelling
Liszt recording of Mazeppa conducted by Oscar Fried was stunning.
The HMV discs of Glenn Miller and tghe popular records of those
days were also a joy to listen to: Jo Stafford (Thank you for
calling), Frankie Lane and Guy Mitchel, to mention a few.
One
day my mother told me that for the performance of Bach's St.
Matthew Passion boys were asked to sing in the boys choir. The
performances were to be led by composer, musicologist and conductor
Hans Brandts Buys, the well known Dutch Bach expert. Arnhem's
concert hall 'Musis Sacrum' meaning "dedicated to the muse
(music)" and which is a large replica of the 'Kleine Zaal'
(small auditorium) of the Amsterdam Concertgebouw. Three performances
would be given the third of which was a more authentic rendering
because of the smaller orchestra and chorusses. Singing in Bach
Matthew Passion was quite an experience. As we only sang in
the first part, for one night seats were reserved so we were
allowed to attend the second part.
Many
artists came to Arnhem to give concerts and recitals in Musis
Sacrum. Of the pianists there were Marie-Thérèse
Fourneau playing Debussy; Clara Haskil with Schumann and Scarlatti;
Cor de Groot playing Rachmaninoff and Beethoven; pianist Theo
Bruins played the modern repertory; Hans Henkemans played Mozart
and Debussy; Bela Siki and Stefan Askenase both gave recitals
with music by Chopin.
Clara Haskil was marked by her ilness. I was too young to grasp
the meaning of her Scarlatti.
Stefan Askenase always took a deep and large bow and his long
gray hair almost touched the ground so it seemed. With a firm
swing he brought his hair back to its original position.
Of the singers there were Nan Merriman and Wilhelmina Matthès.
Nan Merriman sang together with Anton Dermota in 'Das Lied von
der Erde' (Gustav Mahler, Song of the Earth), conducted by Carl
Garaguly.
Also young violinist Johanna Martzy performed there the Violin
Concerto of Johannes Brahms.
There
were a few record shops in Arnhem which also played a significant
role in my musical education. It was there were I listened to
Vladimir Horowitz and Withold Malcuzynski both playing Rachmaninoff's
Third Concerto on His Master's Voice and Columbia respectively.
It was there were I bought the Grieg Piano Concerto performed
by Adrian Aeschbacher and Beethoven's 4th by Wilhelm Kempff with
conductor Paul van Kempen. There I first came into contact with
the cheap Deccas in the ACL series and with Don Gabor's
Remington Records
to which I have dedicated an entire site.