Het Begin
Harry
had rossig haar en sproeten. Wij zaten in dezelfde klas, de
6e klas van de lagere school 'Het Tamboersbosje', Brantsenstraat,
Arnhem. Dat was de klas van het hoofd van de school Marius Kolvoort,
die altijd, zeer natuurgetrouw, vogels tekende.
Ik zou me Harry wellicht nu niet meer herinnerd hebben als hij
niet de eigenaar was geweest van een oude grammofoon voor 78
toeren schellak platen. Het was een koffergrammofoon met de
bekende zilverkleurige, verchroomde buisarm en de stalen naald
die het mica membraan in resonantie bracht. Aan de achterzijde
kwam het geluid enigszins versterkt voor het schuin openstaande
deksel naar buiten. Het was een portable van het type 101 van
His Master's Voice.
De motor had een snelheidsregelaar en een rem.
Het
was in de tijd dat de langspeelplaat al wel geintroduceerd was,
maar van de meeste klassieke werken en in ieder geval van alle
populaire nummers werden 78-toerenplaten geperst.
Harry vroeg Fl. 2,50 voor die machinerie en dat wenste ik er
wel voor te betalen. Dat betekende een extra auto wassen op
een zaterdagmiddag of gedurende enkele weken een deel van mijn
zakgeld sparen. Even scheelde het een haartje of de koop was
niet doorgegaan. Toen ik op een vrije woensdagmiddag mee naar
zijn huis ging om het apparaat te bekijken en nogmaals te bevestigen
dat ik tot aankoop bereid was, strooide Harry's moeder
|
|
|
His
Master's Voice Gramophone HMV 101
|
roet
in het eten. Ze zei op klare toon tegen Harry: 'Je moet de grammofoon
niet verkopen'. Geschrokken van deze krachtige interventie zei
ik tegen Harry dat hij dan niet de Fl. 2,50 zou krijgen. Die taktiek
hielp. Harry was namelijk veel meer in het geld geinteresseerd
dan in zo'n oud apparaat. Hij wilde iets kopen in de speelgoedwinkel
van Van der Hart in het centrum van Arnhem waar ik woonde. U kunt
zich mijn vreugde voorstellen toen ik de grammofoon mee naar huis
kon nemen.
Zoals
je bij het doorbladeren van een nieuw boek onwillekeurig de
geur van verse drukinkt opsnuift, zo was het onvermijdelijk
de geur van vettig vuil en stof, en olie waar te nemen waarmee
de tandwielen, het vliegwielmechaniek, de veer, de as en het
lager van het plateau lang geleden gesmeerd waren. Harry gaf
me er de platen bij die hij bezat, met bigband-muziek en een
zangeres die 'Oh you crazy moon' zong. 's Avonds voor het slapengaan
draaide ik altijd wel een plaatje. Ik herinner me nog luid en
duidelijk de krachtige weergave. De muziek was direkt in de
matrijzen gesneden. Ondanks het beperkte frekwentiebereik hadden
koperblazers en slagwerk een goede attaque en klonken daardoor
zeer natuurlijk. Het was goed te horen dat de bandrecorder nog
niet in gebruik was.
Hoewel
Sheffield Lab in 1977 formeel gelijk had toen ze zeiden de direkt
gesneden Lp te hebben uitgevonden, moest ik om deze bewering
toch enigszins glimlachen.
Het pianospel van Alexander Brailowsky, die de Barcarolle
van Chopin speelde op een 30 cm Polydor-schijf (PD 35014),
vertoonde een ronde en tegelijk stevige, plastische en direkte
klank. En Mazeppa van Franz Liszt gedirigeerd door Oskar
Fried (PD 66787/8) had een aangrijpende dreiging. Daarbij
vergeleken klonken langspeelplaten maar saai en vielen ze in
het begin zo tegen.
Mijn opdraaigrammofoon was als een boek waaraan steeds meer
hoofdstukken en bladzijden werden toegevoegd. Op de Korenmarkt
in Arnhem was namelijk een uitdragerij gevestigd die "Van
A-Z" heette en daar stonden de afgedankte schijven op mij
te wachten.
Nu
had ik een oom die radiotechnicus (NRG) en instrumentmaker was.
Hij 'moderniseerde' de grammofoon -zoals ik later begreep op
instigatie van mijn vader- door er een elektromotor aan toe
te voegen. Daarvoor moest in het inwendige van het oude ding
gezaagd worden. Het was een oude grammofoon die weliswaar goed
funktioneerde maar er niet meer zo mooi
uitzag. Toch zou je zoiets vandaag de dag niet meer doen. Hij
gaf me ook een Philips lichtgewicht pick-up arm en een zwaar
kristal-element dat donkerbruin van kleur was, hoekig en langwerpig
van vorm. Het had een dikke saffiernaald met een niet te verwaarlozen
tipmassa. Dat werkte goed met de luidspreker die ik uit een
plankradio gesloopt had en in een basreflexkast van hardboard
had gemonteerd. Het streven naar vooruitgang steekt in ieder
mens. Zo begon het.
Op
een dag zei mijn moeder dat er jongens gevraagd werden om mee
te zingen in de Matthäus Passion.
Ik moest me aanmelden op een adres op de Velperweg. Daar zat
in een klein voorkamertje achter een piano een dame met ouderwets
haar die zo te zien haar hele leven volkomen 'in dienst van
de toonkunst' had gesteld. Ze leek op een vrouw die we vele
jaren later op de televisie in Russische kunstdokumentaires
of als trainster van schaatskampioenen zagen.
De auditie was kort. Ik moest een paar lage noten zingen en
een paar zeer hoge -om te horen of mijn stemomvang toereikend
was- en nog een paar tonen er tussen in. Die trof ik zeker.
Ik was aangenomen om met een groep leeftijdsgenoten van rond
de 12 jaar 'O, Mensch bewein dein Sünde gross' te
zingen; voor slechts één seizoen, toen was het
gedaan met de vereiste stemomvang en werd mijn stemgeluid craquelé.
Vlak achter het orkest was voor ons een grenen stellage getimmerd.
Er waren 3 uitvoeringen. De derde was 'de kleine bezetting'
die authentieker was. (Zie ook mijn Mengelberg
pagina.)
Arnhem
was niet alleen de stad waar het Gelders Orkest (voorheen de
Arnhemsche Orkest-Vereniging) haar zetel in Musis Sacrum had
en waar Hans Brandts Buys een bijna even beroemde Matthäus
Passion uitvoerde als Dr. Anton van der Horst in Naarden. Musis
Sacrum -'Musis' voor de Arnhemmers- is 'Aan de Muze Gewijd'.
Het is een kleine uitgave van het Amsterdamse Concertgebouw
en vertoont enige gelijkenis met 'De Kleine Zaal' in Amsterdam.

Het
Gelders Orkest toen het nog 'Arnhemsche Orkestvereniging' (Arnhemse
Orkestvereniging) heette.
Voor het orkest staat dirigent Jaap Spaanderman. In 1949 werd
de naam gewijzigd in
Het Gelders Orkest (HGO) en werd Jaap Spaanderman opgevolgd door
Jan Out.
De foto van het orkest is van voor de Tweede Wereldoorlog en is
afkomstig uit de 'Encyclopedie voor Radio-Luisteraars',
samengesteld door J.J.L van Zuylen (Uitgeverij Schuyt N.V., Baarn,
1939).
De foto laat het oorspronkelijke podium zien dat midden jaren
90 werd omgebouwd.
|
|
Handtekeningen
spreken:
Het
grote romantische gebaar van Stefan Askenase.
De
beheerste stem van Anton Dermota.
Nan
Merriman heeft een lange adem.
Marie-Thérèse
Fourneau speelt klavier. Haar handtekening is als een
toetsenbord. Haar Debussy is transparant.
Carl
Caraguly is een dirigent met temperament.
Het
spel van Cor de Groot is een afwisseling van gevoelige
fijnheid en grote momenten.
Theo
Bruins is modern en veeleisend.
|
Het Gelders Orkest bespeelde ook Concertgebouw 'De Vereniging'
in Nijmegen. Leo Pappenheim dirigeerde er vaak. De altzangeres
Aafje Heynis kwam daar de "Rapsodie voor alt, mannenkoor
en orkest" van Johannes Brahms zingen, en de "Kindertotenlieder"
van Gustav Mahler, met het orkest onder leiding van Leo Pappenheim
die tot 1961 voor het orkest stond. Jack van de Zand dirigeerde
het Nijmeegs Mannenkoor.
Dit concert vond plaats op 11 december 1959. |
|
In
Musis Sacrum werden ook auto-tentoonstellingen georganiseerd waar
die heerlijk-monstrueuze en veelkleurige Buicks, Chevrolets, Cadillacs,
Oldsmobiles en Pontiacs van General Motors, de Fords, de Jaguars,
en Austin A40 te kijk stonden. Het was een sensatie toen de panoramische
voorruit geïntroduceerd werd. De mensen van GM gaven boven
in de foyer een technische show, een soort 'Tomorrow's World',
waar ze het principe van de magnetron en de overdracht van het
muzieksignaal via infraroodstralen demonstreerden (1956!). Zaken
die nu heel gewoon zijn.

Advertentie van Ford Nederland uit 1956,
overgenomen uit het programmaboek van de Blevin Davis produktie
van Gershwin's
opera Porgy and Bess, opgevoerd in Carré in Amsterdam
door Martha Flowers, Ethel Ayers (Bess), en LeVern
Hutcherson, Leslie Scott
en Irving Barnes (Porgy).
In
'Musis' traden de kunstenaars van dat tijdperk op. Pianisten:
Marie-Thérèse Fourneau, Clara Haskil, Cor de Groot,
Theo Bruins, Hans Henkemans, Bela Siki, Jan Smeterlin
en Stefan Askenase. Zangeressen: Nan Merriman en Wilhelmina
Matthès. Nan Merriman zong samen met Anton
Dermota in 'Das Lied von der Erde' van Gustav Mahler, gedirigeerrd
door Carl Garaguly, die na de onvrede met dirigent Jan
Out, vaste dirigent werd. De mooie Marie-Thérèse
Fourneau speelde Debussy. Cor de Groot soleerde uiteraard
in Beethoven's Pianoconcert No. 5, het Keizerconcert. Ook de jonge
violiste Johanna Martzy trad er op. Zij speelde het Vioolconcert
van Johannes Brahms.
Clara
Haskil bespeelde, diep voorovergebogen, getekend door ziekte,
het toetsenbord. Doorleefde en gestyleerde muziek was het resultaat.
Scarlatti, Schubert en Schumann.
Stefan Askenase -integer vertolker van Chopin's muziek- nam
altijd met een diepe buiging het applaus in ontvangst waarbij zijn
lang-sluike, grijs-witte haar voor zijn ogen hing; wat hij dan met
een even grote opwaartse zwaai en een handbeweging weer in de uitgangspositie
bracht.
Arnhem:
cultuurstad. In de Schouwburg speelde de moderne generatie: Rob
de Vries en Elise Hoomans (Toneelgroep Theater), de jonge
en sympathieke Ellen Vogel in Vondel's 'Josef in Dothan',
en de expressieve Hans Culeman in 'God en de Duivel'. Martine
Crefcoeur als Anne Franck en Rob de Vries als Otto Franck.
We zagen Wim Kan als brandweerman zijn programma openen.
Daar deed ook Toon Hermans zijn One Man Show.
Voordat
ik naar het Thorbecke Lyceum ging, volgde ik de eerste en de tweede
klas van de "School met den Bijbel" voor ULO, Parkstraat
61. Het was geen Mulo hoewel het onderwijs toch redelijk uitgebreid
was. Daar werd les gegeven door onder meer Nel Bensschop
die Frans gaf. Tante Nel noemden we haar. Toen ze eens op vakantie
naar Frankrijk reisde, maakte ze speciaal voor mij een foto van
het graf van Frederic Chopin die begraven is op Père
Lachaise. Dat had te maken met het feit dat ik in het Luxor Theater
de late release in 1953 van de al in 1945 uitgebrachte film 'A
Song To Remember' met Merle Oberon en Cornel Wilde had
gezien. Als als 12 jarige was ik zeer onder de indruk, vooral
van het kordate optreden van Chopin die niet voor de onderdrukker
speelt, en van de muziek natuurlijk. Lees ook eens de reviews
op IMdB.com en het commentaar van countryway_48864. Vanuit
het oogpunt van de historicus deugt de film natuurlijk niet. Who
cares... Klik op de foto uit de film in de linker kolom en ga
naar YouTube. Het is kitsch, maar zeer hoge filmkunst: cameravoering,
montage, het ritme van het beeld en het bewegen van de acteurs
op de muziek. Perfect.
Thuis hadden we een boek over het leven van Chopin. Tante Nel
vertaalde de laatste wens van de Poolse componist: "Comme
cette terre m'étouffera, je vous conjure de faire ouvrir
mon corps pour que je ne suis pas enterré vif".
- "Daar deze aarde mij zal doen verstikken, smeek ik u mijn
lichaam te openen opdat ik niet levend begraven worde." Dramatisch!
Op
de Ulo kregen we Duits van de heer Lubbers die veel later leraar
op de kweekschool 'Op den Klokkenberg' in Nijmegen werd. De direkteur
van de Ulo was de heer Uittenbogaard. Henri Lamers, een vriend van
me, en ik maakten op maandagmiddag vaak zijn motor schoon en smeerden
de velgen in met een mengsel van vaseline en wasbenzine. Dat gebeurde
dan tijdens de huiswerkcursus. We zeiden dan dat we het huiswerk
al af hadden; wat niet altijd waar was.
Arnhem
had nog andere bioscopen. Palace bijvoorbeeld. Dat theater werd
omgebouwd zodat "The Robe" gedraaid kon worden, de eerste
Cinemascope-film. Er was het Rembrandt-theater waar voor de pauze
een act werd opgevoerd en het Rembrandt Theater-Orkest speelde.
En er was het kleine Arnhems Theater. Daar zat je voor 35 cent naar
cowboy-films (Westerns, dus) te kijken. Een plaats in de loge kostte
85 cent. De films werden geprojecteerd op een wit gestucte muur.
Bij het minste geringste vrouwelijk schoon dat in het Polygoonjournaal
in een modeshow voorbijkwam, of in een andere voorfilm, werd er
door de voorste rijen luidkeels commentaar gegeven en gefloten.
En in de pauze verdween de voorste rij door de deur in de witte
muur. Daar was het toilet.
Er
was ook een aantal winkels dat in mijn educatie een rol ging spelen.
Onderweg op de fiets naar school kwam ik langs 'Radio te Kaat',
Jansbuitensingel 2 (bij het Willemsplein), op de hoek als je naar
de Zypse poort gaat, vervolgens langs 'The Music Shop' in de Steenstraat,
en tenslotte Bender, ook in de Steenstraat. Dat was toen ik op de
Mulo in de Parkstraat zat waar ik de eerste twee klassen heb doorlopen
voordat ik naar het Thorbecke
Lyceum
aan het Willemsplein ging. De dochter van de eigenares van The
Music Shop was knap. Ze zag eruit zoals een fotomodel er in de jaren
vijftig uitzag, met te veel make-up. Daar kocht ik nog 78-toeren
schijven van de populaire Glenn Miller.
De grammofoonplatenafdeling van Radio te Kaat was in de kelder van
hun winkel gevestigd. Ook daar kwam ik vaak. Die hadden ook veel
jazz, Ella Fitzgerald bijvoorbeeld in de prachtige hoezen van Bernard
Buffet. En als vervolg op Glenn Miller kocht ik veel later Duke
Ellington bijvoorbeeld: Ellington Uptown, met A Tone Parallel To
Harlem, en Billy Strayhorn's Take the A-train, gezongen door Betty
Roché (Philips B07008L).
En er was nog Kettner & Duwaer, de pianohandel annex grammofoonplatenafdeling,
die in later jaren met Bender fuseerde.
Onze
buurman was Peter Raadsen en hij werkte bij Van Daalen Bros, gevestigd
aan het einde van de Looierstraat en de winkel had ook een ingang
aan de kant van het Velperplein. Hij en zijn vrouw Betty waren
fervente muziekliefhebbers. Hij zorgde ervoor dat ik een tweede
hands platenspeler van Philips kon kopen met instelbare automatische
afslag en snaaraandrijving (met 2 snelheden -33 1/3 en 78- en
niet met 4 snelheden zoals in het boek 'Philips 100' ten onrechte
staat vermeld). Dat was een van de eerste Philips grammofoons
waar langspeelplaten mee gedraaid konden worden en stamt uit de
tijd dat 45 toeren plaatjes in Nederland nog niet bestonden.
Philips
die, raar genoeg, altijd iets ontwerpt om de overgang van het
ene formaat naar het andere voor de consument te vergemakkelijken,
bracht kleine, 7 inch, 78 toerenplaatjes uit. Ze waren van vinyl
geperst en waren met de zeer fijne 'Minigroove' gesneden.
De buurman leende aan mijn vader de Philips-uitgave van de complete
opera Porgy
and Bess. Er was een personeelsdag georganiseerd om
de opera te gaan zien en horen in Carrée in Amsterdam. Dus moest
van tevoren kennisgemaakt worden met het werk. Ik als vijftienjarige
mocht jammergenoeg niet mee.
Het
enige 78-toerenplaatje dat ik had was dat van Cor de Groot die
Albeniz speelde. Recentelijk ontdekte ik dat Philips een hele
lijst van die plaatjes heeft gemaakt: Malando and his Rumba/Tango
Orchestra, en Jan Corduwener and his Ballroom Orchestra. Van
de klassieken: onder meer Feike Asma (Cantilene van Rheinberger),
Paul van Kempen met het 'Radio Philharmonic Orchestra' (Ouverture
Oberon van Von Weber), Fritz Lehman met de 'Berliner Philharmoniker'
(Valse triste van Sibelius) en van Cor de Groot die korte stukken
van Mendelssohn-Bartholdy speelde. Dat waren opnamen die een
tijd lang ook op 30 cm schellak platen uitgebracht werden.
De arm van die tweedehands 2-snelheden speler kwam me bekend
voor. Een soortgelijk exemplaar had mijn oom eerder op de gemodificeerde
opdraaigrammofoon gemonteerd. Weer wat later kon ik een exemplaar
van een Philips met 3 snelheden aanschaffen (de voorloper van
de AG2140). Het toonkopje was met twee bordeauxrode, ovale vlakjes
versierd. Vlak naast elkaar waren 2 saffieren aangebracht. Het
kopje kon gemakkelijk omgezet worden voor 78 toeren en voor
langspeel (Minigroove). Inwendig was het elementje gedempt met
een vettige substantie. Waarschijnlijk mede daardoor was de
klank beheerst en warm met een tendens naar donker. Daardoor
werd de dynamiek versterkt die toen eigenlijk nog onvoldoende
uit de lp te halen was.
Nadat
ik eerst een ontvanger had gebouwd bestaande uit een spoel (draad
gewonden om een kartonnen koker), een scheermesje, een veiligheidsspeld
en een potloodstift, waarmee je 's nachts Radio Warsaw met als
vaste prik Chopin's Scherzo No. 3 kon horen, en de prachtige
strijkersmuziek opving van Arabische orkesten die op het Baalbek
Festival speelden, bouwde ik zelf een buizenversterker aan de
hand van een schema van De Muiderkring (Amroh) met een ECC83
en een EL84, inklusief smoorspoel en oranje gekleurde trafo's.
Later kreeg ik een buizenversterker met externe voeding en grote
pijlknoppen die mijn oom gebouwd had. Hij bouwde in die jaren
bandrecorders waarvan de koppen door hem zelf gefabriceerd werden.
Toen ik eens bij mijn oom en tante ging logeren had m'n oom
een draaitafel gebouwd van een door hem zelf gedraaid plateau
met Ortofon-arm en element. Het plateau werd via een katoenen
draad aangedreven. In zijn werkruimte stond een wit grenen basreflex-kast
met een dubbelkonus-luidspreker en een rechthoekige poort, zoals
basreflexbehuizingen toen gebouwd werden. Hij draaide een 45-toeren
plaatje van Telefunken en dat heette 'In der Bar nebenan'. Ik
stond versteld van het realisme waarmee de ritme-sektie werd
weergegeven.
Als
scholier maakte ik ook bij Van Daalen Bros in 1956 al speciale
demonstraties mee. Onder andere van de grote Philips-systemen
met de 9710 M en twee satellieten voor het hoog.
De bron was de automatische platenspeler AG 1003 (rechts onderaan
in de advertentie) met een soortgelijke arm als op mijn eenvoudige
draaitafel, maar met een verbeterd element.

De
buizenversterker had een toonregeling die gevisualiseerd werd
door middel van draadjes. Ik herinner me nog de donkerkleurige
uitvoering van Tsjaikovski's 2e pianoconcert door Shura Cherkassky
op een warm-getimbreerde DGG-opname en meteen ging ik met de heren
in de clinch. Het klonk naar mijn mening niet transparant genoeg.
Ik had per slot van rekening pianoles (wat overigens geen succes
was; ik improviseerde liever), bezocht zo jong als ik was concerten
in Musis, had meegezongen in de Matthäus Passion en had de
installatie van mijn oom gehoord.
Dat was in een tijd dat je voor het pianoconcert van Grieg op
een 25 cm Lp van DGG wel even Fl. 25 moest neertellen. Adrian
Aeschbacher, de solist, speelde een prachtige cadens. Verder dan
de 25cm-kategorie van DGG, waarin ook Wilhelm Kempff het 4e van
Beethoven speelde, kwam ik aanvankelijk niet. Zulke bedragen waren
door mij slechts zelden op te brengen. Er waren nog andere dingen
in het leven dan alleen maar muziek en apparatuur.
Gelukkig
waren er alternatieven, zoals de Muzikale Meesterwerken Serie
(Musical Masterpieces Society) die elke maand een paar Lp's ter
beluistering naar je toe zond. Dankzij deze verkoopmethode heb
ik zeer veel muziekwerken leren kennen en artiesten zoals de pianiste
Sondra Bianca. Zij speelde Liszt's Hongaarse Fantasie en Carl
Bamberger dirigeerde Les Preludes. Ze speelde ook songs en de
Preludes van Gershwin. Violist Ricardo Odnoposof met Tschaikovsky's
Vioolcponcert was er op uitgebracht, en dirigent Walther Goehr
met de aangrijpende Vierde Symfonie van Tschaikovsky, om een paar
voorbeelden te noemen. Het prettige was dat je niet verplicht
was elke maand een plaat af te nemen.
Mijn
lievelingswinkel was Kettner & Duwaer aan het Nieuwe Plein.
Waarom? Het was de oude dame met ernstig gemontuurde bril nooit
te veel moeite om aan mijn verzoeken te voldoen. Of het nu het
3e pianoconcert van Rachmaninoff met Vladimir Horowitz was op
HMV, of hetzelfde concert door Witold Malcuzynski op Columbia,
of Ansermet met Mussorgsky's Schilderijententoonstelling op Decca,
elke plaat zette ze voor mij op, maar eerst nadat ze 'm zorgvuldig
gepoetst had met een grote, gele of rode, antistatische platendoek
die ze dubbelgevouwen had.
Ook dat waren te dure exemplaren voor een autowassende jongen.
Dus daar kwam ik alleen maar naar luisteren.
Ik herinner me dat de heer Cor Molenbeek -die daar werkte voor
hij jaren later hoofdredakteur van "Luister" werd- me
eens heeft geholpen bij het samenstellen van het materiaal
voor een spreekbeurt over 'Het Expressionisme in de Muziek' waarin
ik op een associatieve manier, aan de hand van muziekvoorbeelden
een overzicht gaf van de Middeleeuwen tot en met Schönberg
en Webern. Hij had me de platen in bruikleen meegegeven. De spreekbeurt
werd een succes.
Kettner & Duwaer voerde rond 1957/58 de goedkope serie van
Decca: Ace of Clubs. Het waren heruitgaven van prominente opnamen
uit de eerste LXT-serie. Met Ernest Ansermet (Ravel: La Valse;
Moussorgski: Schilderijententoonstelling), Eduard van Beinum (Britten:
The Young Person's Guide to the Orchestra) en Nikolai Malko (Prokofiev:
Peter en de Wolf met de stem van Frank Phillips), Alfredo Campoli
en Anatole Fistoulari (Saint Saëns: 'Havanaise' en 'Introduction
et Rondo Capricioso') en met Royalton Kisch (Bruch: vioolconcert),
Hans Schmidt-Isserstedt (Tsjaikovski: 5e Symfonie).
Er was nog een betaalbaar label waarvan Kettner & Duwaer een
aantal opnamen in voorraad had en waar ik lang voor de ACL-serie
mee kennis maakte. Dat label vond ik wel zeer bijzonder. De naam
was Remington. En met Remington
Records verzeilde ik, net als bij het zien van spannende
B-films, in een obscuur avontuur.
R.A.B.- 1995
De
foto van Het Gelders Orkest is afkomstig uit de 'Encyclopedie
voor Radio-Luisteraars', samengesteld door J.J.L van Zuylen
(Uitgeverij Schuyt N.V., Baarn, 1939). De foto laat het oorspronkelijke
podium zien dat in de jaren 90 werd omgebouwd. Voor het orkest
staat dirigent Jaap Spaanderman en niet Jan Out die hem opvolgde.
De foto van de Philips twee-snelheden platenspeler is overgenomen
uit het jubileumboek 'Philips 100' maar zal binnenkort vervangen
worden door een eigen foto van die platenspeler die in mijn
bezit is.
De advertentie van Philips is uit 'Funkschau', 1956, Heft 23.
|