Harry
had rossig haar en sproeten. We zaten in dezelfde klas, de 6e
klas van de lagere school 'Het Tamboersbosje', Brantsenstraat,
Arnhem. Dat was de klas van het hoofd van de school, Marius
Kolvoort, die altijd, zeer natuurgetrouw vogels tekende.
Ik zou me Harry wellicht nu niet meer herinnerd hebben als hij
niet de eigenaar was geweest van een oude grammofoon voor 78
toeren schellak platen. Het was een koffergrammofoon met de
bekende zilverkleurige, verchroomde buisarm en de stalen naald
die het mica membraan in resonantie bracht. Aan de achterzijde
kwam het geluid enigszins versterkt voor het schuin openstaande
deksel naar buiten. Het was een portable van het type 101 van
His Master's Voice.
De motor had een snelheidsregelaar en een rem.
Het
was in de tijd dat de langspeelplaat al wel geintroduceerd was,
maar van de meeste klassieke werken en in ieder geval van alle
populaire nummers werden 78-toerenplaten geperst.
Harry vroeg Fl. 2,50 voor die machinerie en dat wenste ik er
wel voor te betalen. Dat betekende een extra auto wassen op
een zaterdagmiddag of gedurende enkele weken een deel van mijn
zakgeld sparen. Even scheelde het een haartje of de koop was
niet doorgegaan. Toen ik op een vrije woensdagmiddag mee naar
zijn huis ging om het apparaat te bekijken en nogmaals te bevestigen
dat ik tot aankoop bereid was, strooide Harry's moeder
His
Master's Voice Gramophone HMV 101
roet
in het eten. Ze zei op klare toon tegen Harry: 'Je moet de grammofoon
niet verkopen'. Geschrokken van deze krachtige interventie zei
ik tegen Harry dat hij dan niet de Fl. 2,50 zou krijgen. Die taktiek
hielp. Harry was namelijk veel meer in het geld geinteresseerd
dan in zo'n oud apparaat. Hij wilde iets kopen in de speelgoedwinkel
van Van der Hart in het centrum van Arnhem waar ik woonde. U kunt
zich mijn vreugde voorstellen toen ik de grammofoon mee naar huis
kon nemen.
Zoals
je bij het doorbladeren van een nieuw boek onwillekeurig de
geur van verse drukinkt opsnuift, zo was het onvermijdelijk
de geur van vettig vuil en stof, en de olie waar te nemen waarmee
de tandwielen, het vliegwielmechaniek, de veer, de as en het
lager van het plateau lang geleden gesmeerd waren. Harry gaf
me er de platen bij die hij bezat, met bigband-muziek en van
de zangeres Connie Boswell die met Harry Sosnik "Oh! You
crazy moon" op Decca 2613 zong.
's Avonds voor het slapengaan draaide ik altijd wel een plaatje.
Ik herinner me nog luid en duidelijk de krachtige weergave.
De muziek was direkt in de matrijzen gesneden. Ondanks het beperkte
frekwentiebereik hadden koperblazers en slagwerk een goede attaque
en klonken daardoor zeer natuurlijk. Het was goed te horen dat
de bandrecorder nog niet in gebruik was. Hoewel
Sheffield Lab in 1974 formeel gelijk had toen ze zeiden de direkt
gesneden Lp te hebben uitgevonden, moest ik om deze bewering
toch enigszins glimlachen.
Het pianospel van Alexander Brailowsky, die de Barcarolle
van Chopin speelde op een 30 cm Polydor-schijf (PD 35014),
vertoonde een ronde en tegelijk stevige, plastische en direkte
klank. En Mazeppa van Franz Liszt gedirigeerd door Oskar
Fried (PD 66787/8) had een aangrijpende dreiging. Daarbij
vergeleken klonken langspeelplaten maar saai en vielen ze in
het begin zo tegen.
Mijn opdraaigrammofoon was als een boek waaraan steeds meer
hoofdstukken en bladzijden werden toegevoegd. Op de Korenmarkt
in Arnhem was namelijk een uitdragerij gevestigd die "Van
A-Z" heette en daar stonden de afgedankte schijven op mij
te wachten.
Vooruitgang
Nu
had ik een oom die radiotechnicus (NRG) en instrumentmaker was.
Hij 'moderniseerde' de grammofoon -zoals ik later begreep op
instigatie van mijn vader- door er een elektromotor aan toe
te voegen. Daarvoor moest in het inwendige van het oude ding
gezaagd worden. Het was een oude grammofoon die weliswaar goed
funktioneerde maar er niet meer zo mooi
uitzag. Toch zou je zoiets vandaag de dag niet meer doen. Hij
gaf me ook een Philips lichtgewicht pick-up arm en een zwaar
kristal-element dat donkerbruin van kleur was, hoekig en langwerpig
van vorm. Het had een dikke saffiernaald met een niet te verwaarlozen
tipmassa. Dat werkte goed met de luidspreker die ik uit een
plankradio gesloopt had en in een basreflexkast van hardboard
had gemonteerd. Het streven naar vooruitgang steekt in ieder
mens. Zo begon het.
Musis
Sacrum
Op
een dag zei mijn moeder dat er jongens gevraagd werden om mee
te zingen in de Matthäus Passion.
Ik moest me aanmelden op een adres op de Velperweg. Daar zat
in een klein voorkamertje achter een piano een dame met ouderwets
haar die zo te zien haar hele leven volkomen 'in dienst van
de toonkunst' had gesteld. Ze leek op een vrouw die we vele
jaren later op de televisie in Russische kunstdokumentaires
of als trainster van schaatskampioenen zagen.
De auditie was kort. Ik moest een paar lage noten zingen en
een paar zeer hoge -om te horen of mijn stemomvang toereikend
was- en nog een paar tonen er tussen in. Die trof ik zeker.
Ik was aangenomen om met een groep leeftijdsgenoten van rond
de 12 jaar 'O, Mensch bewein dein Sünde gross' te
zingen; voor slechts één seizoen, toen was het
gedaan met de vereiste stemomvang en werd mijn stemgeluid craquelé.
Vlak achter het orkest was voor ons een grenen stellage getimmerd.
Er waren 3 uitvoeringen. De derde was 'de kleine bezetting'
die authentieker was.
Arnhem
was niet alleen de stad waar het Gelders Orkest (voorheen de
Arnhemsche Orkest-Vereniging) haar zetel in Musis Sacrum had
en waar Hans
Brandts Buys een bijna even beroemde Matthäus Passion
uitvoerde als Dr. Anton van der Horst in Naarden. Musis Sacrum
- 'Musis' voor de Arnhemmers - is 'Aan de Muze Gewijd'. Het
is een kleine uitgave van het Amsterdamse Concertgebouw en vertoont
enige gelijkenis met 'De Kleine Zaal' in Amsterdam.
Het
Gelders Orkest toen het nog 'Arnhemsche Orkestvereniging' (Arnhemse
Orkestvereniging) heette.
Voor het orkest staat dirigent Jaap Spaanderman. In 1949 werd
de naam gewijzigd in
Het Gelders Orkest (HGO) en werd Jaap Spaanderman opgevolgd door
Jan Out.
De foto van het orkest is van voor de Tweede Wereldoorlog en is
afkomstig uit de 'Encyclopedie voor Radio-Luisteraars',
samengesteld door J.J.L van Zuylen (Uitgeverij Schuyt N.V., Baarn,
1939).
De foto laat het oorspronkelijke podium zien dat midden jaren
90 werd omgebouwd.
Handtekeningen
spreken:
Het
grote romantische gebaar van Stefan Askenase.
De
beheerste stem van Anton Dermota.
Nan
Merriman heeft een lange adem.
Marie-Thérèse
Fourneau speelt klavier. Haar handtekening is als een
toetsenbord. Haar Debussy is transparant.
Carl
Garaguly is een dirigent met temperament.
Het
spel van Cor de Groot is een afwisseling van gevoelige
fijnheid en grote momenten.
Theo
Bruins is modern en veeleisend.
Het Gelders Orkest bespeelde ook Concertgebouw 'De Vereniging'
in Nijmegen. Leo Pappenheim dirigeerde er vaak. De altzangeres
Aafje Heynis kwam daar de "Rapsodie voor alt, mannenkoor
en orkest" van Johannes Brahms zingen, en de "Kindertotenlieder"
van Gustav Mahler, met het orkest onder leiding van Leo Pappenheim
die tot 1961 voor het orkest stond. Jack van de Zand dirigeerde
het Nijmeegs Mannenkoor.
Dit concert vond plaats op 11 december 1959.
Tomorrow's
World
In
Musis Sacrum werden ook auto-tentoonstellingen georganiseerd waar
die heerlijk-monstrueuze en veelkleurige Buicks, Chevrolets, Cadillacs,
Oldsmobiles en Pontiacs van General Motors, de Fords, de Jaguars,
en Austin A40 te kijk stonden. Het was een sensatie toen de panoramische
voorruit geïntroduceerd werd. De mensen van GM gaven boven
in de foyer een technische show, een soort 'Tomorrow's World',
waar ze het principe van de magnetron en de overdracht van het
muzieksignaal via infraroodstralen demonstreerden (1956!). Zaken
die nu heel gewoon zijn.
Advertentie van Ford Nederland uit 1956,
overgenomen uit het programmaboek van de Blevin Davis produktie
van Gershwin's
opera Porgy and Bess, opgevoerd in Carré in Amsterdam
door Martha Flowers, Ethel Ayers (Bess), en LeVern
Hutcherson, Leslie Scott en Irving
Barnes (Porgy).
Pianisten,
Violisten, Dirigenten
In
'Musis' traden de kunstenaars van dat tijdperk op. Pianisten:
Marie-Thérèse Fourneau, Clara Haskil, Cor de
Groot, Theo Bruins, Hans Henkemans, Bela Siki, Jan Smeterlin en
Stefan Askenase. Zangeressen: Nan Merriman en Wilhelmina
Matthès. Nan Merriman zong samen met Anton
Dermota in 'Das Lied von der Erde' van Gustav Mahler, gedirigeerrd
door Carl Garaguly, die na de onvrede met dirigent Jan
Out, vaste dirigent werd. De mooie Marie-Thérèse
Fourneau speelde Debussy. Cor de Groot soleerde uiteraard
in Beethoven's Pianoconcert No. 5, het Keizerconcert. Ook de jonge
violiste Johanna Martzy trad er op. Zij speelde het Vioolconcert
van Johannes Brahms.
De
foto van Stefan Askenase is uit de 'Radio Encyclopedie'.
Johanna Martzy staat op de cover van de Columbia Lp 33
CX 1106. Musis Sacrum met restaurant "De Rotonde".
De foto van Cor de Groot is uit een Philips advertentie
in "Luister..." uit 1955. Merle Oberon en Cornel
Wilde staan op de cover van Deutsche Grammophon LPE 17031.
De foto van de Philips 2-snelheden grammofoon HX301A is
afkomstig uit het jubileumboek "PHILIPS HONDERD",
Eindhoven, mei 1991.
Jan
Out toen hij nog 2e dirigent was van het Residentie Orkest.
Clara
Haskil
speelt Scarlatti.
Clara
Haskil bespeelde, diep voorovergebogen, getekend door ziekte,
het toetsenbord. Doorleefde en gestyleerde muziek was het resultaat.
Scarlatti, Schubert en Schumann. Stefan Askenase -integer vertolker van Chopin's muziek-
nam altijd met een diepe buiging het applaus in ontvangst waarbij
zijn lang-sluike, grijs-witte haar voor zijn ogen hing; wat hij
dan met een even grote opwaartse zwaai en een handbeweging weer
in de uitgangspositie bracht.
Arnhem:
cultuurstad. In de Schouwburg speelde de moderne generatie: Rob
de Vries en Elise Hoomans (Toneelgroep Theater), de
jonge en sympathieke Ellen Vogel in Vondel's 'Josef in
Dothan', en de expressieve Hans Culeman in 'God en de Duivel'.
Martine Crefcoeur als Anne Frank en Rob de Vries
als Otto Frank. We zagen de klassieker 'Op Hoop van Zegen' met
Beppie Nooij Sr. als Kniertje. Er was Wim Kan die
als brandweerman zijn programma opende. Daar deed ook Toon
Hermans zijn eerste One Man Shows.
Ulo
Parkstraat
Voordat
ik naar het Thorbecke Lyceum ging, volgde ik de eerste en de
tweede klas van de "School met den Bijbel" voor ULO,
Parkstraat 61. Het was geen Mulo hoewel het onderwijs toch redelijk
uitgebreid was. Daar werd les gegeven door onder meer Nel
Bensschop die Frans gaf. Tante Nel noemden we haar. Toen
ze eens op vakantie naar Frankrijk reisde, maakte ze speciaal
voor mij een foto van het graf van Frederic Chopin op
de grote begraafplaats Père Lachaise waar veel groten
uit de geschiedenis begraven liggen. Dat had te maken met het
feit dat ik in het Luxor Theater in 1953 de al in 1945 uitgebrachte
film
'A
Song To Remember' met Merle Oberon en Cornel Wilde had
gezien. De videoclip van zijn optreden tijdens een diner waar
hij rebellerend opstaat en zegt: "Ikspeel niet voor beulen",
is vanwege copyright verwijderd.
Als 12 jarige was ik zeer onder de indruk van "A Song to
Remember", vooral van het kordate optreden van Chopin die
niet voor de Russische onderdrukker wenst te spelen, en van
de muziek natuurlijk. De film leerde me dat je voor je land
op moest komen. Vanuit het oogpunt van de historicus deugt de
film natuurlijk niet. Who cares... De filmclip van Chopin's
optreden was lange tijd te zien op YouTube, maar werd om auteursrechtelijke
redenen verwijderd. Maar nu zijn er weer een paar clips op YouTube
te zien. De film is kitsch, maar is tegelijkertijd zeer hoge
filmkunst: cameravoering, beeldritme, montage, perfecte storytelling.
Klik op de oranje link of op de afbeelding van George Sand en
Chopin in de linker kolom. Maar de link geeft de mogelijkheid
verder te zoeken op YouTube. Een goed alternatief is de BBC
documentaire die ter gelegeneid van Chopin's 200ste
geboortedag werd gemaakt.
Thuis hadden we een boek over het leven van Chopin. Tante Nel
vertaalde de laatste wens van de Poolse componist voor me: "Comme
cette terre m'étouffera, je vous conjure de faire ouvrir
mon corps pour que je ne sois pas enterré vif".
- "Daar deze aarde mij zal doen
verstikken, smeek ik u mijn lichaam te openen opdat ik niet
levend begraven worde." Dramatisch! Deze wens
gaf tevens aan dat medici wel eens fouten maken en dat zeker
in die tijd wel eens een foute diagnose werd gesteld.
Op
de Ulo kregen we Duits van de heer Duppen, en in het jaar daarop
van de heer Lubbers die veel later leraar op de kweekschool
'Op den Klokkenberg' in Nijmegen werd. De direkteur van de Ulo
was de heer Uittenbogaard. Henri Lamers, een vriend van me,
en ik maakten op maandagmiddag vaak zijn motor schoon en smeerden
op zijn verzoek de velgen in met een mengsel van vaseline en
wasbenzine. Dat gebeurde dan tijdens de huiswerkcursus. We zeiden
dan dat we het huiswerk al af hadden; wat niet altijd waar was.
Naar
de E55 in Rotterdam
In
1955 gingen we met de klas een dag naar Rotterdam, naar de E 55
tentoonstelling. Onderstaande foto is van een hal met displays/maquettes
die het watermanegement van Nederland toont. Daaronder klasgenoten
(o.a. Henri Lamers en Iet Schippers) gefotografeerd op een rondvaartboot.
Het filmrolletje was tijdens het uitnemen aan de zijkanten per
ongeluk belicht.
Naar
de bioscoop
Arnhem
had nog andere bioscopen. Palace bijvoorbeeld. Dat theater werd
omgebouwd zodat "The Robe" gedraaid kon worden, de eerste
Cinemascope-film. Er was het Rembrandt-theater waar voor de pauze
een variété-act werd opgevoerd en het Rembrandt
Theater-Orkest speelde. En er was het kleine Arnhems Theater.
Daar zat je voor 35 cent naar cowboy-films (Westerns, dus) te
kijken. Een plaats in de loge kostte 85 cent. De films werden
geprojecteerd op een wit gekalkte, gestucte muur. Bij het minste
geringste vrouwelijk schoon dat in het Polygoonjournaal in een
modeshow voorbijkwam, of in een andere voorfilm, werd er door
de voorste rijen luidkeels commentaar gegeven en gefloten. En
in de pauze verdween die voorste rij door de deur onder in de
witte muur. Daar was het toilet.
Grammofoonplatenzaken
Er
was ook een aantal winkels dat in mijn educatie een rol ging spelen.
Onderweg op de fiets naar school kwam ik langs 'Radio te Kaat',
Jansbuitensingel 2 (bij het Willemsplein), op de hoek als je naar
de Zypse poort gaat, vervolgens langs 'The Music Shop' in de Steenstraat,
en tenslotte Bender, ook in de Steenstraat. Dat was toen ik op
de Mulo in de Parkstraat zat waar ik de eerste twee klassen heb
doorlopen voordat ik naar het Thorbecke
Lyceum
aan het Willemsplein ging. De dochter van de eigenares
van The Music Shop was knap. Ze zag eruit zoals een fotomodel
er in de jaren vijftig uitzag, met veel make-up. Daar kocht ik
nog 78-toeren schijven van de populaire Glenn Miller. Grammofoonplatenzaken
hadden hun logo's gedrukt op een papieren sticker, een etiket
of label, of op fel gekleurd plastic plakband. De
grammofoonplatenafdeling van Radio te Kaat was in de kelder van
hun winkel gevestigd. Ook daar kwam ik vaak. Die hadden ook veel
jazz, Ella Fitzgerald bijvoorbeeld in de prachtige hoezen van
Bernard Buffet. En als vervolg op Glenn Miller kocht ik er veel
later Duke Ellington, bijvoorbeeld: Ellington Uptown, met A Tone
Parallel To Harlem, en Billy Strayhorn's Take the A-train, gezongen
door Betty Roché (Philips B07008L). En er was nog een winkel
waar ik vaak kwam. Dat was Kettner & Duwaer, de pianohandel
annex grammofoonplatenafdeling, die in later jaren met Bender
fuseerde.
Van
Daalen Bros
Onze
buurman was Peter Raadsen en hij werkte bij Van Daalen Bros, gevestigd
aan het einde van de Looierstraat. De winkel had ook een ingang
aan de kant van het Velperplein. Hij en zijn vrouw Betty waren
fervente muziekliefhebbers. Hij zorgde ervoor dat ik een tweede
hands platenspeler van Philips kon kopen met instelbare automatische
afslag en snaaraandrijving (met 2 snelheden -33 1/3 en 78- en
niet met 4 snelheden zoals in het boek 'Philips 100' ten onrechte
staat vermeld). Dat was een van de eerste Philips grammofoons
waar langspeelplaten mee gedraaid konden worden. De speler stamt
uit de tijd dat 45 toeren-plaatjes in Nederland nog niet bestonden.
Philips
ontwerpt, raar genoeg, altijd iets om de overgang van het ene
formaat naar het andere voor de consument te vergemakkelijken.
Philips bracht kleine, 7 inch, 78 toerenplaatjes uit. Ze waren
van vinyl geperst en waren met de zeer fijne 'Minigroove' gesneden.
De
buurman leende aan mijn vader de Philips-uitgave van de complete
opera Porgy
and Bess. Hij had een personeelsdag georganiseerd om de
opera te gaan zien en horen in Carrée in Amsterdam. Dus moest
van tevoren kennisgemaakt worden met het werk. Ik was toen vijftien,
maar mocht jammergenoeg niet mee. Het enige 78-toerenplaatje dat
ik had was dat van Cor de Groot die korte stukken van Albeniz
speelde. Pas later ontdekte ik dat Philips een hele serie van
die plaatjes heeft gemaakt: Malando and his Rumba/Tango Orchestra,
en Jan Corduwener and his Ballroom Orchestra. Van de klassieken:
onder meer Feike Asma (Cantilene van Rheinberger), Paul van Kempen
met het 'Radio Philharmonic Orchestra' (Ouverture Oberon van Von
Weber), Fritz Lehman met de 'Berliner Philharmoniker' (Valse triste
van Sibelius) en van Cor de Groot die korte stukken van Mendelssohn-Bartholdy
speelde. Dat waren opnamen die een tijd lang ook op 30 cm schellak
platen uitgebracht werden.
De arm van die tweedehands 2-snelheden speler kwam me bekend voor.
Een soortgelijk exemplaar had mijn oom eerder op de gemodificeerde
opdraaigrammofoon gemonteerd. Weer wat later kon ik een exemplaar
van een Philips met 3 snelheden aanschaffen (de voorloper van
de AG2140). Het toonkopje was met twee bordeauxrode, ovale vlakjes
versierd. Vlak naast elkaar waren 2 saffieren aangebracht. Het
kopje kon gemakkelijk omgezet worden voor 78 toeren en voor langspeel
(Minigroove). Inwendig was het elementje gedempt met een vettige
substantie. Waarschijnlijk mede daardoor was de klank beheerst
en warmmet een tendens naar donker. Daardoor werd de dynamiek
versterkt die toen eigenlijk nog onvoldoende uit de lp te halen
was.
Buizenversterker
Nadat
ik eerst een ontvanger had gebouwd bestaande uit een spoel (draad
gewonden om een kartonnen koker), een scheermesje, een veiligheidsspeld
en een potloodstift, waarmee je 's nachts Radio Warsaw met als
vaste prik Chopin's Scherzo No. 3 kon horen, en de prachtige strijkersmuziek
opving van Arabische orkesten die op het Baalbek Festival speelden,
bouwde ik zelf een buizenversterker aan de hand van een schema
van De Muiderkring (Amroh) met een ECC83 en een EL84, inklusief
smoorspoel en oranje gekleurde trafo's.
Later kreeg ik een buizenversterker met externe voeding en grote
pijlknoppen die mijn oom gebouwd had. Hij bouwde in die jaren
bandrecorders waarvan de koppen door hem zelf gefabriceerd werden.
Toen ik eens bij mijn oom en tante ging logeren had m'n oom een
draaitafel gebouwd van een door hem zelf gedraaid plateau met
Ortofon-arm en element. Het plateau werd via een katoenen draad
aangedreven. In zijn werkruimte stond een wit grenen basreflex-kast
met een dubbelkonus-luidspreker en een rechthoekige poort, zoals
basreflexbehuizingen toen gebouwd werden. Hij draaide een 45-toeren
plaatje van Telefunken en dat heette 'In der Bar nebenan'. Ik
stond versteld van het realisme waarmee de ritme-sektie werd weergegeven.
Als
scholier maakte ik ook bij Van Daalen Bros in 1956 al speciale
demonstraties mee. Onder andere van de grote Philips-systemen
met de 9710 M en twee satellieten voor het hoog.De bron was de
automatische platenspeler AG 1003 (rechts onderaan in de advertentie)
met een soortgelijke arm als op mijneenvoudige draaitafel, maar
met een verbeterd element.
De
buizenversterker had een toonregeling die gevisualiseerd werd
door middel van draadjes. Ik herinner me nog de donkerkleurige
uitvoering van Tsjaikovski's 2e pianoconcert door Shura Cherkassky
op een warm-getimbreerde DGG-opname en meteen ging ik met de heren
in de clinch.
Het klonk naar mijn mening niet transparant genoeg. Ik had per
slot van rekening pianoles (wat overigens geen succes was; ik
improviseerde liever), bezocht zo jong als ik was concerten in
Musis, had meegezongen in de Matthäus Passion en had de installatie
van mijn oom gehoord.
Dat was in een tijd dat je voor het pianoconcert van Grieg op
een 25 cm Lp van DGG wel even Fl. 25 moest neertellen, evenveel
als voor een mooi Dacora Achromat fototoestel met uitschuifbare
cylinder. AdrianAeschbacher, die solist in het Grieg concert was,
speelde een prachtige cadens. Verder dan de 25cm-kategorie van
DGG, waarin ook Wilhelm Kempff het 4e van Beethoven speelde, kwam
ik aanvankelijk niet. Zulke bedragen waren door mij slechts zelden
op te brengen. Er waren nog andere dingen in het leven dan alleen
maar muziek en apparatuur.
Kettner & Duwaer
Gelukkig
waren er alternatieven, zoals de Muzikale Meesterwerken Serie
(Musical Masterpieces Society) die elke maand een paar Lp's ter
beluistering naar je toe zond. Dankzij deze verkoopmethode heb
ik zeer veel muziekwerken en artiesten leren kennen, zoals de
pianiste Sondra Bianca. Zij speelde Liszt's Hongaarse Fantasie.
Carl Bamberger dirigeerde. Op de andere kant stond Les Preludes.
Sondra Bianca speelde ook een paar songs van Gershwin en de Preludes.
Violist Ricardo Odnoposof met Tschaikovsky's Vioolconcert was
er op uitgebracht, en dirigent Walter Goehr met de aangrijpende
Vierde Symfonie van Tschaikovsky, om een paar voorbeelden te noemen.
Het prettige was dat je niet verplicht was elke maand een plaat
af te nemen en kon je ze gewoon weer retourneren. Concert
Hall Society - Musical Masterpiece Society.
Mijn
lievelingswinkel was Kettner & Duwaer aan het Nieuwe Plein.
Waarom? Het was de oude dame met ernstig gemontuurde bril nooit
te veel moeite om aan mijn verzoeken te voldoen. Of het nu het
3e pianoconcert van Rachmaninoff met Vladimir Horowitz was op
HMV, of hetzelfde concert door Witold Malcuzynski op Columbia,
of Ansermet met Mussorgsky's Schilderijententoonstelling op
Decca, elke plaat zette ze voor mij op, maar eerst nadat ze
'm zorgvuldig gepoetst had met een grote, gele of rode, antistatische
platendoek die ze dubbelgevouwen had.
Ook
dat waren te dure exemplaren voor een autowassende jongen. Dus
daar kwam ik alleen maar naar luisteren.
Ik herinner me dat de heer Cor Molenbeek - die daar werkte voor
hij jaren later hoofdredakteur van "Luister" werd -
me eens heeft geholpen bij het samenstellen van het materiaalvoor
een spreekbeurt over 'Het Expressionisme in de Muziek' waarin
ik op een associatieve manier, aan de hand van muziekvoorbeelden
een overzicht gaf van de Middeleeuwen tot en met Schönberg
en Webern. Hij had me de platen in bruikleen meegegeven. De spreekbeurt
werd een succes.
Kettner & Duwaer voerde rond 1958 de goedkope serie van Decca:
Ace of Clubs. Het waren heruitgaven van prominente opnamen uit
de eerste LXT-serie. Met Ernest Ansermet (Ravel: La Valse; Moussorgski:
Schilderijententoonstelling), Eduard van Beinum (Britten: The
Young Person's Guide to the Orchestra) en Nikolai Malko (Prokofiev:
Peter en de Wolf met de stem van Frank Phillips), Alfredo Campoli
en Anatole Fistoulari (Saint Saëns: 'Havanaise' en 'Introduction
et Rondo Capricioso') en met Royalton Kisch (Bruch: vioolconcert),
Hans Schmidt-Isserstedt (Tsjaikovski: 5e Symfonie).
Er was nog een betaalbaar label waarvan Kettner & Duwaer een
aantal opnamen in voorraad had en waar ik lang voor de ACL-serie
mee kennis maakte. Dat label vond ik wel zeer bijzonder. De naam
was Remington. En met Remington
Records verzeilde ik, net als bij het zien van spannende
B-films, in een obscuur avontuur.
R.A.B.-
1995
De
foto van Het Gelders Orkest is afkomstig uit de 'Encyclopedie
voor Radio-Luisteraars', samengesteld door J.J.L van Zuylen
(Uitgeverij Schuyt N.V., Baarn, 1939). De foto laat het oorspronkelijke
podium zien dat in de jaren 90 plaats maakte voor een eigentijds
podium in een moderne toneeltoren. Voor het orkest staat dirigent
Jaap Spaanderman en niet Jan Out die hem opvolgde.
De foto van de Philips twee-snelheden platenspeler is overgenomen
uit het jubileumboek 'Philips 100' maar zal binnenkort vervangen
worden door een eigen foto van die platenspeler die in mijn
bezit is. De advertentie van Philips is uit 'Funkschau', 1956,
Heft 23. De meeste afbeeldingen zijn van foto's, hoezen en tijdschriften
zijn uit eigen verzameling, behalve het logo van The Music Shop,
Steenstraat 21, dat me door Danny Rouwenhorst werd toegestuurd.
I
grew up in the city of Arnhem known from the fierce fighting
in World War II depicted in the movie 'A Bridge too Far'. Arnhem
is the capital of the Dutch province of Guelders.
When
in the sixth grade I bought an old portable wind up gramophone
from a classmate for just DFL 2.50, which was a substantial
sum at the time. With this HMV 101 came the records he had.
One with a lady singer crooning 'Oh you crazy moon'. Well, this
gramophone was very dear to me. I used to play a record or two
before going to sleep at night.
As
the sound was rather 'thin' and shrill, my uncle (who was a
radio technician) modified the old gramophone by building in
an electrical motor and he mounted a light weight tonearm in
place of the heavy, chrome tubular arm. The gramophone was only
suitable for 78 RPM shellac records of course. The rectangular
cartridge was filled with a greasy substance to dampen resonances.
It had a very thick sapphire which had an extremely high tip
mass. The cartridge was connected to an old valve radio. The
sound was dynamic and tangible when listening to Alexander Brailowsky
playing Chopin's Barcarolle Op. 61 on Polydor 35014. And the
brass section of the Berlin Philharmonic Orchestra in the compelling
Liszt recording of Mazeppa conducted by Oscar Fried was stunning.
The HMV discs of Glenn Miller and tghe popular records of those
days were also a joy to listen to: Jo Stafford (Thank you for
calling), Frankie Lane and Guy Mitchel, to mention a few.
One
day my mother told me that for the performance of Bach's St.
Matthew Passion boys were asked to sing in the boys choir. The
performances were to be led by composer, musicologist and conductor
Hans Brandts Buys, the well known Dutch Bach expert. Arnhem's
concert hall 'Musis Sacrum' meaning "dedicated to the muse
(music)" and which is a large replica of the 'Kleine Zaal'
(small auditorium) of the Amsterdam Concertgebouw. Three performances
would be given the third of which was a more authentic rendering
because of the smaller orchestra and chorusses. Singing in Bach
Matthew Passion was quite an experience. As we only sang in
the first part, for one night seats were reserved so we were
allowed to attend the second part.
Many
artists came to Arnhem to give concerts and recitals in Musis
Sacrum. Of the pianists there were Marie-Thérèse
Fourneau playing Debussy; Clara Haskil with Schumann and Scarlatti;
Cor de Groot playing Rachmaninoff and Beethoven; pianist Theo
Bruins played the modern repertory; Hans Henkemans played Mozart
and Debussy; Bela Siki and Stefan Askenase both gave recitals
with music by Chopin.
Clara Haskil was marked by her ilness. I was too young to grasp
the meaning of her Scarlatti.
Stefan Askenase always took a deep and large bow and his long
gray hair almost touched the ground so it seemed. With a firm
swing he brought his hair back to its original position.
Of the singers there were Nan Merriman and Wilhelmina Matthès.
Nan Merriman sang together with Anton Dermota in 'Das Lied von
der Erde' (Gustav Mahler, Song of the Earth), conducted by Carl
Garaguly.
Also young violinist Johanna Martzy performed there the Violin
Concerto of Johannes Brahms.
There
were a few record shops in Arnhem which also played a significant
role in my musical education. It was there were I listened to
Vladimir Horowitz and Withold Malcuzynski both playing Rachmaninoff's
Third Concerto on His Master's Voice and Columbia respectively.
It was there were I bought the Grieg Piano Concerto performed
by Adrian Aeschbacher and Beethoven's 4th by Wilhelm Kempff with
conductor Paul van Kempen. There I first came into contact with
the cheap Deccas in the ACL series and with Don Gabor's
Remington Records
to which I have dedicated an entire site.