|
In
1982 verscheen bij Uitgeverij Terra in Zutphen "Het manneneiland,
Kroniek van de gebeurtenissen in de Over-Betuwe van september 1944
tot juni 1945". Het werd geschreven door Hen Bollen en Herman
Jansen.
Prof.
Dr. F.J.A. Huygen geeft in zijn voorwoord duidelijk het bijzondere
van de tijd, de mensen en de gebeurtenissen aan: "Dit boek
gaat over het 'Manneneiland', een eiland waarvan slechts betrekkelijk
weinigen in Nederlanmd hebben gehoord. Toch lag het midden in het
land, tusen Waal en Rijn, halverwege een bevrijd Zuid-Nederland
en een bezet Noord- en West-Nederland, waartussen gedurende een
lange winter geen enkel verkeer mogelijk was."
In
"Het Manneneiland" wordt ook de naam van mijn vader genoemd,
zij het met een onjuiste initiaal.
Wij woonden in Valburg waar mijn vader tijdens de Tweede Wereldoorlog
hoofd van de lagere school was.
In 1944 wordt een groot deel van de Betuwe bevrijd. Maar aan de
andere kant van de Rijn woedt de oorlog voort. Met de inzet van
Britten en Polen (duizenden parachutisten landen in het gebied bij
Oosterbeek) begint dan "Operation Market Garden", de moeilijke
slag om Arnhem. Er wordt zwaar gevochten en als de Duitsers in december
de Rijndijk bij Elden opblazen, komt de Betuwe onder water te staan.
De inwoners worden geëvacueerd.
Van
onze ouders kregen we allemaal een exemplaar van "Het Manneneiland"
met een begeleidend schrijven van mijn moeder's hand. Ze schreef
onder meer:
"Ik
zou nog heel veel aanvullingen kunnen geven met betrekking
tot onze "Valburgse tijd", toen jullie vader
hoofd van de luchtbescherming was en als tolk fungeerde
bij de binnenkomst van de Amerikanen en hoe hij in opdracht
van de toenmalige burgemeester de distributie en veel
andere zaken in ons Valburg ter hand heeft genomen.
Later bracht hij in opdracht transporten vrouwen en kinderen
naar België, waar wij tenslotte ook terecht kwamen
en in Moerbeke gewoond hebben in één kamer
en één slaapkamertje."
En
over de maanden in België schrijft zij:
"Ook heeft hij al gauw van de autoriteiten gedaan
gekregen om school te houden ten behoeve van de Nederlandse
kinderen. Hij deed dit samen met de onderwijzer van de
R.K. school in Valburg.
Ds. Groot kwam eenmaal per week in Moerbeke catechisatie
geven en at dan bij ons. De kerkdiensten werden 's zondags
gehouden in de gelagkamer van een café. Ik begeleidde
de zang zo goed en zo kwaad als het ging op de valse piano
die daar stond.
We zijn altijd dankbaar gebleven voor het voorrecht dat
we allen voor elkaar gespaard zijn gebleven, al viel het
niet mee om weer opnieuw te beginnen. En we brengen hulde
aan alle mannen - burgers en soldaten - die zoveel ontberingen
hebben geleden in die donkere maanden van 1944 op 1945,
zoals in "Het manneneiland" is beschreven. -
Je moeder."
|
Als
dertigjarige wordt mijn vader in 1940 gemobiliseerd en is met zijn
bataljon gelegerd op de Grebbeberg. Pas heel veel jaren daarna heeft
mijn geschiedenisleraar, Gerrit Groenhuis (leraar aan de Christelijke
Normaalschool "Op den Klokkenberg"), verteld hoe het daar
toegegaan was.
Het Nederlandse leger was slecht uitgerust en helemaal niet voorbereid
op de moderne, Duitse oorlogsmachinerie. Uit zuinigheidsoverwegingen
was er niet in een modern leger geïnvesteerd. In plaats van
doeltreffend materieel had elk bataljon, om een voorbeeld te noemen,
een fiets-regiment.
Nederland dacht namelijk neutraal te kunnen blijven, net als tijdens
de Eerste Wereldoorlog. Vandaar ook dat Prins Bernard eind jaren
dertig, rustig met zijn broer Aschwin (lid van de Nazi Partei, NSDAP),
de forten en legerplaatsen in de Nederlandse verdedigingslinie kon
bezoeken en bekijken. Hij had daar toestemming voor gekregen van
koningin Wilhelmina!
De verdediging van de Grebbeberg was bij voorbaat al zinloos en
hield ook niet lang stand. Er waren soldaten die hun leven niet
wilden offeren voor aan de starheid en het beperkte inzicht van
het opperbevel. Ze deserteerden, maar werden gearresteerd en standrechterlijk
geëxecuteerd.
Een
klein jaar nadat de slachting daar afgelopen was kwam ik ter wereld.
Valburg.
Een naam roept herinneringen op. Ik herinner me het dochtertje van
de dominee, ds. Groot. Tante Sjaantje en oom Wim ter Hoek, die een
postagentschap hadden. Gerrit Lozekoot die in een Studebaker met
laadbak reed. De "dorpsgek" T.S., die eigenlijk een verstandelijk
gehandicapte was maar waar ik als drie-jarige doodsbang voor was.
De colonne jeeps die aan de einder door het landschap reed en steeds
dichterbij kwam. De eindeloze rijen tanks die denderend voor ons
huis voorbijreden en die steeds maar weer in mijn dromen voorbij
raasden terwijl ik machteloos op de stoep voor de gesloten voordeur
zat. Zelfs nog toen we allang in Aalten woonden.
Rudolf
A. Bruil.
|