Ga naar www.soundfountain.com

BACK

Positieve Discriminatie:
Een Nieuwe Woning

In 1967 kwam ik naar Amsterdam. Ik wist aan de Nieuwe Prinsengracht een souterrain te bemachtigen dat eigenlijk veel te duur was. Het was een ijzerwinkeltje geweest: schroeven, vijlen, zagen en schuurpapier. Een woning was moeilijk te krijgen. Woningnood. Later vestigde ik in het voorste gedeelte mijn reclamestudio en kantoor. Achter was er een kleine woonruimte ingericht.
Het was een vochtige bedrijfsruimte. Het water stond tot een paar decimeter onder de houten vloer. Er stak wel eens een rat zijn kop door een onopgemerkt gat in de vloer en keek dan nieuwsgierig om zich heen. Nadat ik mijn werkzaamheden elders had ondergebracht, was het tijd om te vertrekken. Ik wenste verbetering. En nu ik de zaak niet meer aan huis had wilde ik van mijn urgentiebewijs gebruik maken.

Ik toog naar de Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting, het GDH, in de Reigersbergenstraat. Ik overlegde papieren en legde aan de ambtenaar mijn woongeschiedenis uit en mijn wens om een echte woning te kunnen huren indien er een beschikbaar was.
Jazeker, ik kon in aanmerking komen voor een woning.
De ambtenaar gaf me een geel papiertje met een adres er op. Czaar Peterstraat. Aan het einde bij de spoordijk linksaf.

Daar stond helemaal alleen en verlaten een oud huis, een krot. De voordeur was een plank met een hangslot. Daar pastte de sleutel in die de ambtenaar me overhandigd had. Achter de plank bevond zich een bijna vermolmde, oude trap met gaten waardoor de ratten in en uit schoten. Er lagen uitwerpselen van mensen en dieren. Met kranten waren ze af- en weggeveegd. De kamer had kale, ruwe muren van afgebikte baksteen. Geen stucwerk, geen teken dat er ook maar iets was gedaan om er wat van te maken. Het kon niet anders of de woning was onbewoonbaar verklaard.

Nu was het toendertijd een sport om wat te maken van iets dat je niet helemaal beviel. Maar dan moest de woning of wat er voor doorging, wel potentiëel hebben. Maar van deze woning die mij door de officiële instantie van herhuisvesting min of meer toegewezen werd, was echt niets te maken. Het zou beter zijn dat die afgebroken zou worden en zou wijken voor nieuwbouw. Mijn teleurstelling was groot.

Teruggekomen in de van Reigersbergenstraat vertelde ik de ambtenaar hoe de woning er uitzag. Ik vroeg: Controleert u de woningen die aangeboden worden niet van te voren? Nee, we krijgen de adressen op en die geven we door aan de gegadigden.
Ik: Ik moet u eerlijk zeggen dat het huilen me nader stond dan het lachen. Nu maak ik voor het eerst (na zoveel jaren voor mezelf opgekomen te zijn) gebruik van mijn urgentie, en dan dit. Ik voegde daar op rustige toon aan toe: De eerste de beste buitenlander die een woning zoekt doe je dat niet aan.

Het was er uit voordat ik het wist. Het was een natuurlijke reactie.
Het was toen ook al zo dat de zaken niet benoemd mochten worden. Wie had er niet in de talkshow van Sonja Barend gezien dat iemand enige kritiek wilde uiten op het een of andere beleid, en dat, zodra de regisseur en producer daar lucht van kregen, de hengel met de uitgestoken microfoon niet meer langskwam. Die persoon kwam de hele uitzending niet meer aan bod. Dat hoorde volgens de programmamakers niet. De lieve vrede moest bewaard blijven.

Nu viel ik, welke allochtoon ook, niet aan. Beslist niet. Als ik in een land kwam waar me alle vrijheden, mogelijkheden en voorzieningen werden aangeboden, dan zou ik niet nee zeggen. Ik zou wel gek zijn. Nee, wie ik aanviel was de semi-overheid, vleesgeworden in de ambtenaar van het GDH, de ambtenaar die het socialistische principe van gelijke monniken gelijke kappen, van fair play, van wat u niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet, zomaar aan de kant had gezet en zich als een volgzame ambtenaar uit de DDR opstelde. Hij was daartoe kennelijk geinstrueerd door zijn meerderen, de mensen die op opeenvolgende niveaus de dienst uitmaakten.

Wat ik wilde was alleen maar duidelijk maken dat ik deze woning niet kon accepteren en een andere, een echte woning wilde hebben. Ook maakte ik met mijn reaktie duidelijk dat er ergens een fout zit in de procedure van selectie en toekenning.
De ambtenaar zei op enigszins geirriteerde toon: U hoort nog van ons. We zullen u bericht sturen.

Ik hoorde inderdaad van de dienst. Een paar dagen na het voorval ontving ik een envelop met daarin een klein boekje, een soort brochure met genummerde paragrafen. Het werd vergezeld van een begeleidend schrijven. Daarin stond dat ik het regelement (dat was het boekje) maar eens goed moest doorlezen. En vooral artikel 6. En, zo besloot de brief, het zou nog jaren duren voordat mij weer een woning aangeboden zou worden.
De ambtenaar aan het loket kon eenvoudigweg niet zeggen: Sorry dat het zo uitpakt. Ik zal voor u een andere woning zoeken.
Dat was een mogelijkheid geweest. Of niet soms? Hij had zijn gezicht echt niet verloren door dat voor te stellen.

Ambtenaren hebben het vaker moelijk. Een jaar of wat geleden kwam er iemand vrij uit de gevangenis. Hij had geen geld en ging naar de Sociale Dienst. Aan de balie legde hij uit dat hij geen geld had voor de meest elementaire zaken. De man was nogal opgewonden. Dat kan als je weer in vrijheid wordt gesteld en niet weet hoe het verder moet. De consulent (ambtenaar) zei tegen de nerveuze man: Doe nou rustig. Beheers u. Kalmeer. Ga zitten. Waarop de man steeds nerveuzer werd en tenslotte als maar luider begon te praten om zijn benarde situatie uit te leggen en om de ernst van zijn probleem duidelijk te maken.
De ambtenaar bleef maar zeggen dat de man rustig moest gaan zitten.

We zagen het allemaal op de televisie. Het item ging over het onbeschofte gedrag van de clienten van de Sociale Dienst. Echter, als de ambtenaar gewoon tegen de man had gezegd: Ik ga het voor u uitzoeken en regelen. Dan zou de man geweten hebben dat er naar hem geluisterd werd en dat het goed zou kunnen komen. Dan was er geen stennis geweest. Dan was hij rustig gaan zitten. Maar nu bleef de ambtenaar maar aandringen dat de man rustig moest zijn. Dan raadt je de koekoek dat clienten moeilijk doen.
Gewoon je even verplaatsen in de situatie van de ander. Dan kom je een heel eind.
Even nadenken als je hoort dat een woning geen woning is maar een stinkend krot. En zoeken naar een oplossing.
Ik ben uiteindelijk goed terechtgekomen. Maar dat lag niet aan het lezen van het regelement en het begeleidend schrijven waarin stond dat ik nog jaren moest wachten voor ik in aanmerking voor een woning kwam.

TOP

Copyright 1983-2008 Rudolf A. Bruil

CLICK

REAGEER

Ga naar www.soundfountain.com