Aalten 1946 - 1950

 

De Kerk aan de Markt

Dit is de Nederlands Hervormde Kerk te Aalten - de Oude Helenakerk - een solide kerkgebouw van het type dat in veel dorpen en kleine steden in vervlogen eeuwen werd gebouwd. Dikke muren en een wit gepleisterd, sober vormgegeven interieur, met kansel, doopfont en orgel, lange banken, en uit brons gegoten klokken in de toren.

Er werden fresco's met keizer Constantijn de Grote samen met zijn moeder, de heilige Helena blootgelegd. De oorspronkelijke bouw vond plaats in de 11e eeuw. In 1400 werd door het kerkbestuur besloten het kerkgebouw te vernieuwen. De nieuwbouw reikte tot aan het deel waar de kansel staat. En al had de Reformatie nog niet plaatsgevonden, het is toch typisch de bouw van na de reformatie. Bekijk de boeiende YouTube Video.

De scan die ik van de ansichtkaart van de kerk maakte was zo nauwkeurig en bij het aanzien heeft het resultaat zoveel impact dat je je afvraagt hoe is het mogelijk zo'n mooi beeld te krijgen van een oude ansichtkaart. Zowel de fotograaf als ook de drukker heeft echt z'n best gedaan. De oorspronkelijke uitgever is Messink & Prinsen. De ansicht bestelde ik bij Thuisbeurs KVR

In deze N.H. Kerk preekten Ds. J.W. van Petegem, Ds. Piet Schoonheim (die zelf ook graag en vaak het orgel bespeelde), en Ds. Cees Dijkhuis die later naar Brummen werd beroepen. Organist in onze Aaltense periode was Sjoerd Mook wiens volgende standplaats Doetinchem werd. Zie Orgels in Aalten


Op de adreszijde staat "Uitg.: Boekhandel A. Lammers (R. v.d. Wal), Aalten." Een jaartal wordt niet vermeld. Deze boekhandel is op het web niet te vinden. Ik neem aan dat de ansicht van voor 1974 is.

Hoekstraat 15

We verhuisden in 1946 van Valburg in de Betuwe naar Aalten in de Achterhoek. De chauffeur van de verhuiswagen moet wel zeer behendig geweest zijn om de vrachtwagen de smalle Hoekstraat in te rijden om uitgeladen te worden. De inhoud werd in het linker deel van het grote huis op no. 15 gestald en meubels, bedden, kasten kregen uiteindelijk hun plek. In het rechter gedeelte woonden de heer en mevrouw Bruggink. Dat was hun tijdelijke woning. Bruggink was tot zijn pensionering hoofd van de Ds. Stegemanschool. Mijn vader, R.F.B. Bruil, werd door het bestuur tot zijn opvolger benoemd.

Het huis had één voordeur, grote kamers links van de gang en kleinere in het rechtse gedeelte. Aan het eind van de gang was een trap die naar boven leidde. Op de begane grond was een keuken, en in de aanbouw aan de achterzijde waren een bijkeuken en een kleine keuken die speciaal gemaakt was voor de Brugginks. Als je door de achterdeur naar buiten liep dan zag je meteen Drukkerij De Graafschap die aan de Geurdenstraat was gevestigd. Pas jaren later is het huis opgesplitst in 2 woningen. Vandaar de 2 voordeuren.

Voor het huis, dicht bij het hek, stond een dikke beuk die in de herfst heel wat dorre bladeren liet vallen die door ons kinderen bij elkaar geharkt moesten worden. Er stond ook een wilde kastanje. Links naast het huis was een grote tuin met hoog gras wat we alang-alang noemden. Het werd slechts af en toe gemaaid, op de ouderwetse manier, met een zeis. Daarvoor werd speciaal iemand ingehuurd.

De tuin stond vol met allerlei soorten bomen: seringen, appelbomen, kersenbomen. Er was een vlier, een krentenboom, en er waren zelfs perzikbomen. In het najaar werkten we allemaal mee met het plukken van de zoete rode kersen en de stevige spekkersen, van de appels en de pruimen (reine claude). De appels werden geschild en in vieren gesneden. Die stukken werden op zolder gedroogd, uitgestald op schappen, en een deel van de oogst werd aan dun touw geregen dat opgehangen werd. Stiekem aten we wel eens een paar gedroogde partjes.

Er woonden uiteraard nog meer belangrijke figuren dan dominees en bespelers van het kerkorgel. Wat weet je nog van die tijd toen je een kleine jongen was en in Aalten woonde met je ouders, een kleine broer en twee oudere zussen? We hadden eerst een dienstmeisje dat uit Bocholt kwam. Haar naam was Marietje Bolwerk. Later was er Jo Nevel uit Dinxperloo die mijn moeder in het huishouden kwam helpen.

Er was tante Nen Wissink, de weduwe van de in de oorlog tijdens een vliegtuigbeschieting omgekomen huisarts Dr. Joop der Weduwen. Ondanks alles was zijn weduwe, tante Nen (eigennaam Nennetje Wissink), een gezellige en warme vrouw. Tante Nen had drie zoons, Herman, Erik, en Joop (Joop werd later fotograaf en vestigde zich een tijd in Amsterdam), en twee dochters, Yvonne en Marion. Zie Genealogie Online

Mijn ouders waren bevriend met de Van Katwijks, de Harmsma's, de Mook's en met dominee Dijkhuis. Wij kinderen spraken over oom Dik van Katwijk (en niet Dirk). Hij was Amerikaans georiënteerd. Dat vond ik wel bijzonder. Dat was te zien in de moderne vormgeving van de keuken en de moderne apparatuur die tante Trix, zijn vrouw, tot haar beschikking had. Die oriëntatie heeft zeker zijn neerslag gehad in de manier waarop hij zijn onderneming, De Spinkat, leidde. Daar werden hulzen gefabriceerd voor fabrikanten van garens. Misschien dat ik door oom Dik al wat voorgeprogrammeerd was toen ik vele jaren later, in 1962, met het schip De Groote Beer naar Hoboken aan de Hudson voer en met de boeiende stad New York (voornamelijk Manhattan) kennis maakte. Alhoewel... de belangstelling voor Amerika was in de jaren '40 en '50 als vanzelfsprekend omdat we door de gealliëeerden bevrijd waren en daar speelde de USA een hoofdrol in.
De Van Katwijks hadden drie kinderen, zoon Peter (die later evangelist in Canada werd), en dochters Ruth en Marleen.
Die vriendschap bleef, ook toen de van Katwijks in Velp en wij in Arnhem waren gaan wonen. In de jaren vijftig en begin jaren zestig kwam tante Trix eens in de week, op dinsdagmorgen, bij mijn moeder koffie drinken.

Oom Frans Kraaijenhagen en tante Toos hebben ook een tijdje in Aalten gewoond. Dat was toen oom Frans bij De Spinkat werkte. Hij was een enthousiaste man. Ik herinner me dat we op een boerderij eens de dierenarts assisteerden bij de worp van een kalf. Het was een tafereel dat ik later zag op National Geographic Channel met de van oorspong Nederlandse Dokter Pol. Aan de voorpoten van het nog ongeboren kalf werd door de dokter een touw vastgemaakt. Ons werd gevraagd voorzichtig maar toch ook stevig aan het touw te trekken. Dat ging goed. Het kalf werd na de bevalling met hooi schoongeveegd en het beest begon te ademen. Operatie geslaagd.

Harmsma was notaris en zette jaren later zijn praktijk op in Drachten. De Harmsma's hadden ook drie kinderen. De oudste was dochter Jeanette Secret. Op een zomerse middag lagen Jeanette en ik samen in de wei naast De Graafschap en we spraken af - zoals kinderen dat wel vaker doen - dat we later zouden gaan trouwen, zo ongeveer als in het verhaal "Cider with Rosie" van Laurie Lee.
Dan was er zoon Aate Pieter Oebele en er was nog een jongere zoon waarvan ik de naam vergeten ben.

1 April

In die tijd begon het schooljaar niet aan het eind van augustus wanneer de zomervakantie afgelopen was, maar op 1 april. Omdat ik een paar dagen na 1 april was geboren moest ik een jaar wachten voordat ik naar de lagere school mocht. Ik miste dus een jaar. Ook al was mijn vader hoofd van de school, hij moest zich aan de wet houden. Toen ik een jaar later, dus een paar dagen voor mijn zevende verjaardag, naar school mocht gaan, heeft hij me in de 1ste klas gezet, zoals het hoort.

Enkele leerkrachten ontdekten echter dat ik als zevenjarige in perspectief tekende zonder daar les in gehad te hebben. Het komt niet zo vaak voor dat een kind dat vanuit zichzelf, spontaan doet. Dat feit was kennelijk een argument om me halverwege mijn eerste jaar in de tweede klas te plaatsen. Als ik me goed herinner was dat de klas van juffrouw Miep te Kiefte en ze is te zien, tweede van links, op bovenstaande foto van Wim Buesink. Helemaal rechts staat juffrouw Groeneboer. Maar ik kan het mis hebben. Naast haar de heer Wim van Gorkum. Mijn vader staat in het midden. Naast hem de heer Laarberg? Voor verdere namen en details zie de FaceBook Pagina Oud Aalten. Klik op de link, dan op de foto om te vergroten en de commentaren te lezen en de volgende foto's te bekijken. Er staan er heel wat op.

Vaak denken mensen dat het platteland maar saai is vergeleken bij de grote stad. Al was Aalten een dorp, het heeft altijd een grote bedrijvigheid gehad en een verscheidenheid aan ondernemingen, klein en groot! Aalten had ook wat we "de Landbouw" noemden. Het was de "Coöperatieve Landbouw Vereniging Aalten". Die lag buiten het dorp in een deel waar je nooit kwam, een blinde vlek. Toch herinner ik me dat op vrijdag namiddag een boerenwagen vol met stomende aardappelen ergens in de buurt van het station reed, dat ik er achteraan liep en stiekem een aardappel van de wagen nam en opat.

Aalten had uiteraard een station. Daar reden treinen af en aan, treinen waarvan elk compartiment een eigen deur had en de carosserie enigszins bol gevormd was zoals bij een ouderwets rijtuig. Dan waren er nog De Geldersche Tramwegen die interlokaal voor personenvervoer en transport van waren zorgde. Tijdens een fietstocht naar 't Walfort kwamen zus Irene en ik eens te vallen omdat het voorwiel van onze fiets (met de grote klossen hout die als trappers dienst deden) per ongeluk in de goot van de rails terecht kwam en we vielen. Tegelijkertijd kwam er een stoomtrein van de GTW aan die op tijd kon stoppen. Dat gaf veel opschudding en bekijks. We werden opgevangen door bewoners van de Bredevoortsestraatweg.

Dan was er ook nog Lansbulten (Landsbulten?) met de zandverstuiving. Daarheen fietsten we wel eens.

 

Zwembad 't Walfort

Zo zag het er uit, het grote schild met in een Art Deco-letter "Zwembad 't Walfort" dat vanaf de Bredevoortsestraatweg duidelijk zichtbaar was. De eigenlijke ingang van het zwembad was aan het eind van de laan. We gingen zwemmen als het weer het maar even toeliet. Onze vader was lid van het bestuur van het zwembad, misschien was hij ook wel voorzitter, dat weet ik niet precies meer. Bovenstaande afbeelding is een reconstructie die ik maakte op basis van een oude ansichtkaart.

Het Walfort was een natuurbad, dat wil zeggen dat aan het water geen chemikaliën, zoals kopersulfiet en chloor, werden toegevoegd. Het water werd op een natuurlijke manier gereinigd en gezuiverd door planten in een speciaal daarvoor bestemd langwerpig bassin achter de waterval. Een installatie pompte het water naar de waterval en op die manier werd het weer aan het zwemwater toegevoegd. Een gesloten circuit dus. Het was natuurlijk wel zaak om het basin altijd bij te vullen wanneer op warme zomerdagen water verdampte.

Het lange gebouw met kleedhokjes en kleedkamers, had een vorm die enigszins deed denken aan Paleis Soestdijk, zo herinnerde ik het me. Maar na het recentelijk bestuderen van oude foto's blijkt dat niet zo te zijn en heb ik de plattegrond gewijzigd. Om het zwembad heen bevond zich een wal die gevormd was tijdens het uitgraven van het zwembasin toen het zwembad gebouwd werd.

Parallel aan de brug van zowel het jongens- als het meisjesbad was een lange kabel bevestigd. Wie zwemles kreeg werd in een soort beugel gehangen. Een wiel volgde die kabel. De badjuffrouw, die door haar witte kleding meer van een verpleegster weghad, kon de leerling gemakkelijk volgen en instructies geven, en goed in de gaten houden of die niet kopje onder ging. Ze maakte gebruik van een lange stok met een haak, eenzelfde stok waarmee je het bovenlicht van een hoog raam opent en ook weer dicht doet.

Het Walfort was een machtig mooi buitenbad. Het enige nadeel was dat het in de wintermaanden gesloten was.

Ds. Stegemanschool

Dit is de hoofdingang van de Ds. Stegemanschool aan de Varseveldsestraatweg gefotografeerd door zus Irene. Deze hoofdingang zagen wij slechts zelden omdat wij vanuit de tuin van onze woning, Hoekstraat 15, direct toegang tot het schoolplein hadden.

De drie dakkapellen zijn van de zolder. Daar werd door mijn vader een filmzaal ingericht. We zagen daar films die werden uitgebracht door de Nederlandse Onderwijs Film (N.O.F.) met titels als Turfsteken in Drenthe en Jantje's Droom. De filmzaal kwam tot stand omdat de hoofdmeester (mijn vader dus) de actie “Japie” in het leven had geroepen. Alle schoolkinderen hebben gedurende een schooljaar lang oud papier ingezameld. Van de opbrengst werd een deel van de filmprojector en de inrichting van het zaaltje bekostigd.

Een jaar nadat R.F.B. Bruil als hoofd van de school was begonnen, werd er meteen al een jubileum gevierd, namelijk het 25-jarig bestaan van de "Nederlands Hervormde School te Aalten", ter gelegenheid waarvan een tegel werd ontworpen en in een groot aantal werd gebakken, gekleurd en geglazuurd.
Het schoolgebouw is in 2005 afgebroken. Daarover staat een filmpje op YouTube.

Ambitie

In de Aaltense jaren ontwikkelde mijn vader enkele leermiddelen gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. Kennelijk wilde hij meer dan schoolhoofd zijn en meer doen met zijn talenten en inzichten. De volgende stap was een tussenstap, misschien wel ongewild omdat een andere baan aan zijn neus voorbij ging. Uiteindelijk werd hij hoofd van de Bethelschool in Nijmegen, zijn geboortestad. Dat was de tussenstap. Daar hebben we een jaar gewoond waarna we naar Arhem verhuisden.

Deel van deze pagina werd op het web gepubliceerd in 2004. Deze uitgebreide versie is van juli, 2018.

 

CONTACT


TOP OF PAGE

 

Copyright 2004-2018 Rudolf A. Bruil

REAGEER

>>>TERUG<<<

gebaseerd op w3schools.com